23-02-2015  De wet die ondernemers moet beschermen tegen acquisitiefraude is unaniem in de Tweede Kamer aangenomen. De wet zorgt ervoor dat ondernemers kunnen rekenen op betere bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken en makkelijker van misleidende overeenkomsten af kunnen komen.

Spookfacturen

Het mkb heeft flink te lijden onder acquisitiefraudeurs die hen met behulp van vileine trucs geld aftroggelen door incassotrajecten in het vooruitzicht te stellen bij wanbetaling. Ondernemers ontvangen spookfacturen of worden gebeld met een misleidend verhaal om vervolgens zogenaamd afspraken schriftelijk bevestigd te krijgen. Vaak wordt dan in kleine lettertjes vermeld dat er een contractuele relatie wordt aangegaan met daaruit voortvloeiend een betalingsverplichting voor de ondernemer.

Miljoenen euro’s

Per dag gaat er circa 1,3 miljoen euro om in acquisitiefraude en op jaarbasis 480 miljoen euro. In België, Luxemburg en Nederland samen genereren deze frauduleuze handelaren maar liefst 1 miljard euro. Deze misleidende handelspraktijken leveren een strafbaar feit op, maar door de bewijsproblemen zit een ondernemer vaak wel met de gebakken peren. EVO krijgt geregeld meldingen van leden die last hebben van acquisitiefraude en vindt het dan ook goed nieuws dat deze problematiek eindelijk serieus is opgepakt.

‘Misleidende omissie’

Met het wetsvoorstel, een initiatief van Kamerleden Foort van Oosten (VVD) en Sharon Gesthuizen (SP), wordt beoogd acquisitiefraude tegen te gaan. Ondernemers moeten eenvoudig onder een overeenkomst uit kunnen komen als die door een ‘misleidende omissie’ tot stand is gekomen. Als misleidende omissie wordt aangemerkt: het weglaten of verborgen houden van belangrijke informatie bij het aangaan van een transactie waardoor het als onrechtmatig handelen kan worden aangemerkt. Acquisitiefraude tegen ondernemers wordt strafbaar met een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar.

'Goede aanvulling'

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie noemde het wetsvoorstel tijdens de Kamerbehandeling een ‘goede aanvulling op de bestaande instrumenten’. Het voorstel moet overigens nog door de Eerste Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) bespreekt de procedure op 24 februari.