Inspectie SZW: “Bedrijven grijpen nog te vaak terug op persoonlijke beschermingsmiddelen”

Interview met programmamanager Gohdar Massom van Inspectie SZW

De blootstelling aan gevaarlijke stoffen in bedrijven is nog steeds veel te hoog, constateert de Inspectie SZW. Door gedegen toezicht te houden maar ook door hulpmiddelen aan te reiken, hoopt zij verdere verbetering in de situatie te brengen. Inspectie SZW: “Bedrijven grijpen nog te vaak terug op persoonlijke beschermingsmiddelen.” 

In veel sectoren kunnen werknemers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld in de industrie en bouwnijverheid, maar ook in ziekenhuizen en laboratoria. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW) houdt in Nederland toezicht op de naleving van de regels. “Waarom dat zo belangrijk is? Omdat de impact van die blootstelling zo groot is”, zegt Gohdar Massom, programmamanager Bedrijven met gevaarlijke stoffen bij de Inspectie SZW. “Door de effecten op lange termijn zijn deze stoffen een soort sluipmoordenaar. In eerste instantie merk je er misschien niets van, maar door jarenlange blootstelling kunnen ze veel later ineens toeslaan.”

gohdar

Gohdar Massom: “Slechts 15 procent van de bedrijven die een aanvullende RI&E voor gevaarlijke stoffen zouden moeten hebben, beschikt daarover.”

Dieselmotoremissie

Enkele cijfers. In totaal kampen nu ongeveer 700.000 werknemers met een beroepsziekte door het werken met gevaarlijke stoffen. Het aantal werknemers dat als gevolg van dit werk ziek wordt, bedraagt jaarlijks rond de 210.000. En er vallen elk jaar bijna 3000 dodelijke slachtoffers als gevolg van langdurige blootstelling aan zogenoemde CMR-stoffen. CMR staat voor carcinogeen, mutageen en reprotoxisch, oftewel kankerverwekkend, schadelijk voor erfelijk materiaal en voortplantingsgiftig. “En het aantal klachten en meldingen over gevaarlijke situaties die te maken hebben met gevaarlijke stoffen op het werk, neemt toe. In 2018 heeft de inspectie 130 klachten en signalen in behandeling genomen. Bij 70 procent van de gevallen werd geconstateerd dat de werkgever onvoldoende had gedaan om de medewerkers te beschermen. We krijgen veel klachten over CMR-stoffen, zoals dieselmotoreremissie, kwartsstof, lasrook of formaldehyde. Maar ook over sensibiliserende stoffen (allergenen), zoals isocyanaten en epoxyharsen.”

Massom constateert dat veel bedrijven onvoldoende inzicht hebben in de mate waarin hun werknemers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. “Slechts 45 procent van de bedrijven beschikt over de verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het bijbehorende plan van aanpak. En slechts 15 procent van de bedrijven die een aanvullende RI&E voor gevaarlijke stoffen zouden moeten hebben, beschikt daarover. Met zo’n RI&E worden de bedrijfsrisico’s in kaart gebracht, en juist dat inzicht is noodzakelijk om de juiste maatregelen te nemen om blootstellingsrisico’s voor werknemers te beperken.”

Vierstappenmodel

Op grond van de arbeidsomstandigheden-wetgeving voert de inspectie haar controles bij ondernemingen uit. Veruit de meeste inspecties worden niet aan het bedrijf in kwestie aangekondigd. Wel wordt vaak via de branche een algemene vooraankondiging gedaan. Hoe gaat zo’n inspectie bij een onderneming in zijn werk? Massom: “Afhankelijk van de grootte van het bedrijf en de problematiek, varieert de duur van de inspectie van een paar uur tot een dag of een paar dagdelen. Na de introductie maakt een inspecteur een rondgang door het bedrijf. In principe kunnen alle werkplekken binnen het bedrijf voor inspectie in aanmerking komen. Leden van de ondernemingsraad mo-gen de inspecteur hierbij vergezellen.”

De inspecteur volgt in het algemeen een vier-stappenmodel: inventariseren, beoordelen, maatregelen, borgen, legt Massom uit. “In een magazijnomgeving met gevaarlijke stoffen zal de inspecteur onder andere letten op de stoffen waarmee gewerkt wordt en of deze goed geregistreerd worden. Vervolgens kijkt de inspecteur of en in welke mate blootstelling aan die stoffen plaats kan vinden en of dit risico door de werkgever goed is beoordeeld. Hij let op verschillende punten, bijvoorbeeld hoe wordt omgegaan met calamiteiten en de opslag van stoffen, maar ook of werknemers goed geïnstrueerd worden over werken met stoffen en of daar toezicht op is.”

Toolbox

Juiste volgorde

De inspecteur bekijkt of er maatregelen zijn getroffen om blootstelling aan stoffen tegen te gaan en of deze conform de arbeidshygiënische strategie zijn. Dat wil zeggen dat ze in de juiste volgorde genomen moeten worden: je begint bij de bovenste maatregel en als die niet mogelijk is, ga je een stapje verder (een treetje lager). Daarbij zijn er vier niveaus/treden:

  1. vervang de gevaarlijke stof;
  2. pas technische maatregelen toe;
  3. pas organisatorische maatregelen toe;
  4. verstrek persoonlijke beschermingsmiddelen aan individuele medewerkers.

Massom: “Bij voorkeur worden dus de risico’s van langdurige blootstelling uitgebannen door gevaarlijke stoffen met veel risico’s voor de gezondheid te vervangen door minder of niet-gevaarlijke stoffen. Mocht dit niet kunnen, dan zal de werkgever moeten zorgen voor technische of organisatorische maatregelen om werknemers te beschermen. En als het echt niet anders kan, kan hij persoonlijke beschermingsmiddelen inzetten. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn dus het laagste en laatste treetje in de arbeidshygiënische strategie.”

"Door de effecten op lange termijn zijn deze stoffen een soort sluipmoordenaar"

Strategie

Diezelfde arbeidshygiënische strategie moet gevolgd worden bij de maatregelen die werkgevers benoemen in de verplichte RI&E. Een voorbeeld van de hoogste tree is de vervanging van dieselaangedreven heftrucks in gesloten werkruimten door elektrisch aangedreven heftrucks. Massom erkent dat bedrijven vaak geen inzicht hebben in de risico’s - die in de RI&E vastgelegd zouden moeten zijn - waardoor het ook lastig is om adequate maatregelen te treffen. “Bedrijven zonder RI&E nemen vaak wel maatregelen om de blootstelling van werknemers aan CMR-stoffen te verminderen. Ze grijpen hierbij echter vaak terug op persoonlijke beschermingsmiddelen, terwijl er meer structurele maatregelen mogelijk zijn.”

foto1
Het vervangen van dieselaangedreven door elektrisch aangedreven heftrucks is een voorbeeld van het eerste niveau van de Arbeidshygiënische Strategie.

 

Handhaven

Soms lijkt er sprake te zijn van een zekere mate van bedrijfsblindheid, zeker bij ondernemingen met veel personeel of met complexe productieprocessen, zo ervaart de inspectie. In 2017 en 2018 moest de inspectie bij respectievelijk 92 en 89 procent van de gecontroleerde complexe bedrijven handhaven. “Veelal hadden deze bedrijven wel voor een deel van de stoffen de blootstelling onderzocht, maar niet voor alle. Lang niet altijd was duidelijk waarom de overige stoffen niet beoordeeld waren. In veel gevallen bleken dergelijke keuzes in een ver verleden te zijn gemaakt, waarbij niet goed was vastgelegd waarom. Verder ontbraken vaak risicobeoordelingen voor specifieke activiteiten en handelingen, zoals reiniging en onderhoud van arbeidsmiddelen.”

"Een inspecteur zal altijd wijzen op de verantwoordelijkheid van de werkgever"

Bij tekortkomingen zal een inspecteur altijd handhaven. Bij ernstig gevaar voor personen kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd, vaak in combinatie met een boeterapport. Voor minder ernstige of acute gevaren volgt een waarschuwing of een eis, waarbij het bedrijf de tekortkoming binnen een bepaalde termijn moet opheffen. “Mocht na het verstrijken van deze termijn blijken dat de tekortkoming niet is opgeheven, dan wordt een boeterapport opgemaakt. Een inspecteur zal altijd wijzen op de verantwoordelijkheid van de werkgever hierbij, en waar mogelijk denkt hij mee met het bedrijf door bijvoorbeeld hulpmiddelen aan te reiken.” Tegen een eis en een boeterapport kan het bedrijf bezwaar maken of in beroep gaan, tegen een waarschuwing niet. Volgens de Inspectie SZW is dus het devies: zorg voor een gedegen RI&E, met daarin opgenomen de risico’s en het plan van aanpak gevaarlijke stoffen. “Want als ondernemer laat je het natuurlijk liever niet tot een sanctie komen, voor het personeel niet en voor het bedrijf niet. Wacht dus niet af, maar onderneem actie om blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen te voorkomen”, concludeert Massom. 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in evofenedex magazine - juni 2020 - geschreven door Louise Wagenaar

Toolbox

Voor haar leden heeft evofenedex de ‘Toolbox blootstelling aan gevaarlijke stoffen’ samengesteld. Deze bevat handige hulpmiddelen om de risico’s van CMR-stoffen in het magazijn te herkennen en in kaart te brengen. De toolbox bevat onder meer een boekje met praktijkverhalen, en een poster met hotspots in het magazijn, waar werknemers kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen.

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder