Duurzaam en circulair ondernemen heeft de toekomst

Leestijd: 5 minuten

15-12-2020  De Europese Unie zal komend voorjaar waarschijnlijk haar plan presenteren voor een invoertaks op producten van buiten de EU met een te hoge carbon footprint. Dit is een van de onderdelen uit de Green Deal en een stevig signaal dat duurzaamheid de internationale handel ingrijpend gaat veranderen. Veel ondernemers kiezen nu al de groene route naar het buitenland.

Eurocommissaris Frans Timmermans haalde eind 2019 alle dagbladen met ‘zijn’ Green Deal, de naam voor de plannen van de Europese Unie (EU) om een circulaire economie op te bouwen, uitstoot terug te dringen en biodiversiteit te herstellen. In een circulaire economie ontstaat geen afval meer en zijn producten en processen hier ook op ingericht. In 2030 moet de EU een CO2-reductie van 55 procent (aanvankelijk 40 procent) ten opzichte van 1990 voor elkaar hebben om in 2050 geheel klimaatneutraal en circulair te zijn. De doelen in het Nederlandse Klimaatakkoord zijn sterk vergelijkbaar. Samen hebben deze plannen een systeemverandering in gang gezet, die over een periode van dertig jaar de manier van ondernemen aanzienlijk zal veranderen. Dit is nu al merkbaar.

Een concreet voorbeeld is de koolstoftaks die al in 2023 in zou moeten gaan, in eerste instantie vermoedelijk voor energie-intensieve sectoren als staal, aluminium en cement. Officieel heet de taks het Carbon Border Adjustment Mechanism. Deze is bedoeld om te voorkomen dat industriële activiteiten uit de EU ‘weglekken’ als deze daar met strengere eisen te maken krijgen. Importproducten die niet aan dezelfde strenge eisen voldoen, krijgen dan een heffing. Of de taks er daadwerkelijk komt, staat overigens nog niet vast; er moeten nog flink wat juridische, politieke en praktische hobbels genomen worden.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Eveneens zeer tastbaar is het verbod op wegwerpplastic, dat komend jaar in Nederland ingaat en gebaseerd is op een Europees akkoord. Er zijn meer sectoren waar de overheid stevig ingrijpt. Voor elektrische en elektronische apparatuur, batterijen en accu’s, autowrakken en -banden en verpakkingen gold al een producentenverantwoordelijkheid. Die komt erop neer dat producenten of importeurs en distributeurs van deze producten verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer daarvan. Nederland is niet het enige land met dit soort regelingen, wereldwijd bestaan er zo’n vierhonderd van. In de huidige regelgeving wordt de producentenverantwoordelijkheid per productstroom geregeld. Op 10 november is echter het Besluit Regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) ingegaan, die voor alle in de handel gebrachte producten wettelijke minimumdoelstellingen oplegt. Met de UPV zet Europa een flinke stap richting een duurzame economie.

Krakende ketens

Waar Europa vaak inzet op regulering, kiest de Nederlandse rijksoverheid eerder voor stimulering en samenwerking met het bedrijfsleven. Dat is goed terug te zien in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023, waarin tientallen actielijnen zijn terug te vinden. Een daarvan is de Actielijn Leveringszekerheid kritieke grondstoffen. Deze heeft als doel een grondstoffenscanner te ontwikkelen, waarmee bedrijven en ketens inzicht krijgen in de risico’s die zij lopen op het gebied van de toelevering van grondstoffen. Sinds corona is pijnlijk bekend hoe internationale toeleveringsketens krakend tot een halt kunnen komen, maar ook geopolitieke factoren kunnen de toelevering van bepaalde materialen kwetsbaar maken. En dan is er nog het harde gegeven dat sommige stoffen simpelweg opraken. De EU heeft dit jaar haar lijst met critical raw materials bijgewerkt, die via een zoekmachine eenvoudig te vinden is.

Circulair ondernemen

Het grondstoffentekort is één van de redenen dat de EU en Nederland stevig inzetten op een circulaire economie. Wie zijn materialen binnen de eigen economie weet te houden, is immers minder afhankelijk van sourcing uit verre oorden. Dit betekent niet dat een circulaire keten per se binnen de landsgrenzen moet blijven. Circulaire ondernemers geven aan dat de keten niet alleen gesloten moet worden, maar ook commercieel levensvatbaar moet zijn. Liever een circulair product uit Pakistan, dan geen circulair product, is de redenatie. Vaak is er ook geen keuze; voor wie wereldwijd actief is als ondernemer is het ondoenlijk om circulaire retourstromen binnen Nederland te willen verwerken.

Businessmodellen en aanbestedingen

Circulair ondernemen is ook het antwoord op het afvalprobleem én helpt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Een product opknappen vraagt immers minder energie dan een geheel nieuw product maken. Zo draagt een circulair bedrijf bij aan het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties. Een gezonde leefomgeving is een voorwaarde voor een gezond ondernemersklimaat, dus ook de eigen langetermijncontinuïteit wordt versterkt.

Daarnaast is het ook commercieel steeds interessanter circulair bezig te zijn. Dit maakt nieuwe businessmodellen als product-as-a-service mogelijk. In dit model verkoopt een onderneming niet langer het product zelf, maar dat wat het product kan. Dus geen broodbakmachine maar een bepaald aantal gebakken broden per dag. Dat scheelt de klant een risicovolle investering en het past perfect bij de paradepaardjes van de Nederlandse maakindustrie: kwaliteit en ondersteuning.

Bedrijven die meedingen naar (overheids)aanbestedingen weten overigens al langer dat je met circulariteit letterlijk punten scoort. Want zonder aantoonbaar duurzaam ondernemerschap is het tegenwoordig steeds lastiger een aanbesteding te winnen. Circulair ondernemen loont, ook internationaal.