Juridisch | De coronacrisis als onvoorziene omstandigheid?

Biedt een beroep op onvoorziene omstandigheden ofwel ‘hardship’ uitkomst als van overmacht geen sprake is?

30-03-2020 - De ingrijpende maatregelen die wereldwijd genomen worden om het coronavirus in te dammen, raken ook het Nederlandse bedrijfsleven. Door de lock downs worden de productie, levering en het vervoer van goederen verstoord of komen deze zelfs tot stilstand. Een veel gestelde vraag is of de coronacrisis een beroep op overmacht (force majeure) rechtvaardigt.

Een algemeen antwoord op deze vraag is helaas niet te geven. Ook in de huidige ontwrichte omstandigheden hangt dat van het geval af. Een contractpartij die zich op overmacht beroept, zal concreet moeten aantonen dat externe, buiten haar risicosfeer gelegen omstandigheden, de nakoming daarvan in de weg staan en dat er geen alternatieven voorhanden zijn. De lat voor een succesvol overmachtsberoep ligt hoog. Een ander relevant juridisch leerstuk lijkt in de discussies tot nu toe minder aandacht te krijgen: biedt een beroep op onvoorziene omstandigheden ofwel ‘hardship’ uitkomst als van overmacht geen sprake is?

Onvoorziene omstandigheden

Artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechter op verzoek van een contractpartij een overeenkomst kan wijzigen of (gedeeltelijk) kan ontbinden bij onvoorziene omstandigheden. Die moeten zodanig zijn dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ongewijzigde instandhouding van het contract niet kan verlangen. Er is geen grond voor wijziging of ontbinding als de omstandigheden op grond van het contract of de verkeersopvattingen voor risico zijn van de partij die zich erop beroept.

Of de onvoorzienbare omstandigheden bij de contractsluiting voorzienbaar waren, is niet bepalend en speelt slechts indirect een rol. Doorslaggevend is of partijen de onvoorziene omstandigheden expliciet of stilzwijgend in hun afspraken hebben verdisconteerd. Kortom: hebben zij er rekening mee gehouden toen zij met elkaar in zee gingen?

Ook een beroep op onvoorziene omstandigheden slaagt niet snel. Een basaal uitgangspunt van het contractenrecht is dat overeenkomsten moeten worden nagekomen. Afwijking hiervan moet beperkt blijven tot uitzonderingsgevallen.

Hardship-clausule

In commerciële overeenkomsten houden partijen vaak rekening met de mogelijkheid dat zich onvoorziene omstandigheden zullen voordoen. Zo’n hardship-clausule heeft in beginsel voorrang op de wettelijke regeling. In deze clausule verduidelijken partijen wat tussen hen als onvoorziene omstandigheid geldt en op welke wijze het risico door partijen gedragen wordt. Partijen spreken bovendien vaak af dat zij tot heronderhandeling over een mogelijke contractswijziging overgaan voordat zij de rechter daarbij betrekken.

Goed verdedigbaar

Kwalificeert de coronacrisis zich als een onvoorziene omstandigheid die een beroep op wijziging of ontbinding van contracten rechtvaardigt? Net als bij de lock downs is hierover nog geen rechtspraak beschikbaar. Wel staat vast dat de huidige crisis ongeëvenaard is. Wij denken dat het goed verdedigbaar is de crisis als onvoorziene omstandigheid aan te merken. Maar alleen als wordt aangetoond dat de uitwerking van wat we onder de coronacrisis verstaan, daadwerkelijk, concreet en vergaand de omstandigheden voor (een van de) contractpartijen wijzigt. Bedrijven zullen een crisis van deze omvang en impact niet voorzien hebben, en hiermee vermoedelijk geen rekening hebben gehouden bij het maken van hun afspraken.

Dit artikel is geschreven door Jikke Biermasz, advocaat bij Ploum. 
 

Rogier evofenedex
Contact

Vragen over corona?

Rogier helpt je graag verder