28-05-2014  De begin 2014 doorgevoerde verhoging van de accijns op diesel en lpg leidt zoals door het kabinet beoogd tot substantiële extra inkomsten en draagt daarmee bij aan het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Dat blijkt uit de evaluatie van de accijnsverhoging, die is gebaseerd op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Belastingdienst en diverse oliemaatschappijen. Het kabinet ziet in de uitkomsten van de evaluatie geen aanleiding om de accijnsverhoging terug te draaien of om andere maatregelen te treffen. Dat meldt staatssecretaris Wiebes van Financiën vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Terugloop

Uit de evaluatie blijkt wel degelijk dat de verkoop van brandstof in Nederland terugloopt. In de grensstreek (maximaal 10 kilometer van de grens) blijkt dit effect sterker dan gemiddeld. Volgens Wiebes is de dalende verkoop echter een tendens die al voor de accijnsverhoging zichtbaar was. De trend zou het gevolg zijn van de economische tegenspoed van de laatste jaren en het steeds zuinigere wagenpark. Desondanks zijn de accijnsinkomsten op diesel en lpg in het eerste kwartaal van dit jaar met 51 miljoen euro toegenomen (+ 5,8 procent) ten opzichte van dezelfde periode in 2013.

Concurrentiepositie

EVO ziet in de brief van Wiebes haar eerder geuite zorgen over de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven bevestigd. Wiebes geeft toe dat vervoerders in toenemende mate diesel in België tanken. Ook stelt de staatssecretaris dat het weglekeffect als gevolg van de recente accijnsverhoging oploopt tot tien procent. Tot slot zegt hij dat de weglekeffecten zich niet alleen in de grensstreek, maar juist in heel Nederland voordoen.

Spelregels

EVO pleit daarom voor het opstellen van spelregels die in kaart brengen wat de effecten zijn van een accijnsverhoging, voordat de overheid aan de accijnsknop draait. Zo'n maatregel zorgt ervoor dat Nederland haar accijnsniveau beter op dat van de buurlanden afstemt. Dit voorkomt grote accijnsverschillen.