29-09-2014  De door EVO geuite wens om bij het goederenvervoersbeleid de wensen en noden van in Nederland gevestigde handels- en productiebedrijven centraal te stellen, vindt weerklank in de Tweede Kamer. 

Dat stelt de verladersorganisatie op basis van een gepubliceerde lijst met vragen over de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Uit deze lijst, aldus EVO, blijkt dat ook parlementariërs veel vragen hebben bij de huidige koers in het goederenvervoersbeleid. Volgens EVO moet niet alleen de groei van de logistieke sector leidend zijn in het beleid, maar ook een goede service aan Nederlandse handels- en productiebedrijven.

Service

Zo vindt EVO het opvallend dat het kabinet met haar luchtvaartbeleid bijvoorbeeld in de eerste plaats de functie van Schiphol wil versterken. Terwijl het volgens de organisatie logischer is om in te zetten op een goed functionerende luchtvaartsector in zijn geheel. ‘Wereldklasse serviceverlening aan handelend en producerend bedrijfsleven moet daarbij centraal staan’, stelt EVO.

Ook het kabinetsbeleid ten aanzien van het spoorgoederen- en zeevervoersbeleid wordt volgens EVO door de Tweede Kamer aan de kaak gesteld. ‘Zonder lading geen goederenvervoer en dus ook geen Mainports, lijkt de Kamer te willen zeggen.’

Debat

EVO ziet dat de Tweede Kamer de minister oproept een ‘integrale aanvliegroute van het goederenvervoer in dienst van de BV Nederland’ te overwegen. Volgens de verladersorganisatie stelt de Tweede Kamer het belang van handels- en productiebedrijven bij goed werkende vervoersmarkten centraal.

Het begrotingsdebat vindt plaats op 27 oktober.