Leden aan het woord | Gebr. Hoogendoorn

Vlijtige liesjes met een paspoort

06-05-2019  De varens en vlijtige liesjes op de kwekerij van Koos Hoogendoorn staan op aluminium kweektafels, containers die over rollenbanen door de kas gaan. De planten op die tafels krijgen water door een ingenieus systeem van bevloeiing. Tijdens de groei worden de planten enkele keren machinaal ‘wijder gezet’, waardoor ze meer ruimte krijgen voor verdere ontwikkeling.

Anders dan de naam op de plantenkas doet vermoeden, is De Geranium in Nieuwerkerk aan den IJssel geen kwekerij van geraniums, maar een klein tuincentrum voor de verkoop van geraniums. Toch is Koos Hoogendoorn echt plantenkweker. In de groene buffer tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en Capelle aan den IJssel verkoopt Hoogendoorn in het voorjaar zomerbloeiende tuinplanten. Met heel veel nieuwe huizen met tuinen vlakbij is dat nog wel even een groeiende markt, maar die tuinplanten zelf kweken doet hij niet meer. “Het is niet rendabel om alles zelf uit zaad of stek te kweken”, vertelt hij. “En de verkoop van zomerbloeiende perkplanten is handel. Ik koop ze bij andere kwekers.”

Kwekerij

Wel heeft hij achter het tuincentrum een kwekerij. In de kassen staan duizenden varens en vlijtige liesjes. “Die vinden hun weg naar het buitenland, en als de tijd voor de vlijtige liesjes voorbij is, gaan we kerststerren telen. Daardoor hebben we een mooie spreiding van risico's. Met een mix kunnen we lage prijzen voor één groep van planten compenseren met een product dat meer oplevert.” Hoogendoorn vertelt dat hij de planten direct aan de exporteurs in Aalsmeer en Naaldwijk levert. “Administratief loopt dat via de bloemenveiling. Dat geldt ook voor de facturering en betaling. Dat is historisch zo gegroeid en het betekent dat we snel betaald krijgen.”

Voor de leveringen staat er een Volvo uit 1986 in de loods geparkeerd. “Die gebruik ik niet heel vaak, want het is goedkoper om gebruik te maken van een vervoerder die voor meer kwekers een rit maakt. Maar als het om een volle vrachtauto of extra levering gaat, is de eigen vrachtauto nuttig. Van evofenedex heb ik de verzekering gekregen dat ik ben vrijgesteld van de tachograafplicht en van de Code 95-opleidingsplicht. Dat komt omdat ik mijn eigen planten vervoer en de twee veilingen binnen een straal van vijftig kilometer van mijn kwekerij liggen.”

Met een mix van drie producten voorkomt Hoogendoorn dat de prijsvorming van één product een te zwaar stempel op de omzet drukt. Hier staan de varens op kweektafels.
Met een mix van drie producten voorkomt Hoogendoorn dat de prijsvorming van één product een te zwaar stempel op de omzet drukt. Hier staan de varens op kweektafels.

 

Perkgoed

Kweken zit hem in het bloed, zegt Hoogendoorn. “Al vóór 1900 begonnen mijn voorouders met de teelt van groenten en bloemen. Mijn vader begon samen met zijn broer in de jaren vijftig met een tuinderij en in 1975 heb ik mij bij de Kamer van Koophandel ingeschreven om het bedrijf voort te zetten. Eerst nog als groentekweker, maar ik ben meteen ook met tuinplantjes begonnen. Een zwager kweekte in die tijd perkgoed en adviseerde mij dat ook te doen. Ik ben later verder gegaan in de bloemisterij en in de jaren tachtig werden varens de hoofdteelt hier, met de vlijtige liesjes en kerststerren als tweede gewas.”

In de kassen staan de kweektafels vol met varens van de soort Adiantum. Hij vertelt dat hij die als jonge planten afneemt van gespecialiseerde jongeplantenbedrijven. “Dat doe ik ook met de stekken van kerststerren. Vermeerdering vraagt veel ruimte en die kunnen we beter gebruiken voor het opkweken. Alleen de vlijtige liesjes stekken we zelf. Die stekken vragen minder ruimte. We zijn gespecialiseerd in de Impatiens New Guinea, een soort met grote bloemen.”

Jonge planten komen van gespecialiseerde stekbedrijven. Hoogendoorn stekt zelf alleen enkele selecties van de Impatiens, ofwel het oorspronkelijk uit Nieuw-Guinea afkomstige vlijtige liesje.
Jonge planten komen van gespecialiseerde stekbedrijven. Hoogendoorn stekt zelf alleen enkele selecties van de Impatiens, ofwel het oorspronkelijk uit Nieuw-Guinea afkomstige vlijtige liesje.

 

Warmtekrachtkoppeling

In het verleden hoopte hij ook op een inkomen uit energie. Hoogendoorn vertelt dat hij net als veel collega's heeft geïnvesteerd in warmtekrachtkoppeling, een techniek om aardgas efficiënt te gebruiken voor de productie van warmte en elektriciteit. “We hebben voor de planten die wij telen niet veel stroom nodig, maar het idee was dat de tuinbouw stroomleverancier zou worden. Dat leek mooier dan het was, want de netwerkbeheerders bleken niet voldoende capaciteit te hebben voor de stroom van tuinders en wij werden afgekoppeld.”

Ook ging hij deelnemen aan een milieuproject sierteelt van de bloemenveiling. “Dat project is gericht op het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dan werk je bijvoorbeeld met goede beestjes die schadelijke beestjes aanvallen, maar dat werkt beter in een monocultuur dan in een kas met verschillende planten, is onze ervaring. We hoeven met onze teelten eigenlijk ook niet veel te spuiten, we moeten alleen de gewone bladluis onder controle houden. Belangrijk voor ons is dat er geen beestjes of schimmels binnenkomen met jonge planten of handelsproducten.”

 “We hebben voor de planten die wij telen niet veel stroom nodig”
“We hebben voor de planten die wij telen niet veel stroom nodig”

 

Verordening

Tegengaan van de verspreiding van plantenziekten is ook het doel van de Europese Plantgezondheidsverordening die op 14 december van kracht wordt. Die verordening houdt onder meer in dat een aantal planten niet meer van buiten de Europese Unie mag worden geïmporteerd, dat alle kwekers van pot-, perk- en kuipplanten bij een door de NVWA aangewezen inspectiedienst geregistreerd moeten zijn en dat hun producten een paspoort moeten hebben.

Hoogendoorn: “Vorig jaar zijn we door de veiling voorgelicht en we hebben ons kunnen voorbereiden. We laten nu op alle potten een paspoort printen, met daarop de naam van de plant, ons registratienummer en het land van productie. Als blijkt dat een schadelijk organisme in een van onze planten wordt aangetroffen, zijn we aan de hand van ons nummer snel te traceren en krijgen wij dat te horen. Maar dat is iets wat we niet hopen mee te maken.”


Proefabonnement

Dit artikel is eerder verschenen in evofenedex magazine. evofenedex magazine is het ledenblad van evofenedex, met toegankelijke informatie over de wereld van transport en logistiek. evofenedex magazine zet op een rij wat nieuwe overheidsregels betekenen voor je dagelijkse bedrijfspraktijk, hoe je moet omgaan met juridische kwesties en het biedt praktische handvatten als het gaat om magazijnhulpmiddelen, personeelsbeleid, automatisering en wagenpark. En, volgens de 360 graden signatuur; leren van collega-leden door praktische cases uit het netwerk zoals deze case over Vaex. Vraag nu kosteloos het proefabonnement aan.

Onze opleidingsadviseur Justin
Contact

Hulp nodig bij het kiezen van een opleiding?

Justin en de andere opleidingsadviseurs helpen je graag verder