28-02-2013  EVO is teleurgesteld dat de minister van Infrastructuur en Milieu haar standpunt inzake cabotage herziet. De minister zegt vandaag dat zij op basis van onderzoek tegen verdere verruiming van cabotage is.

Hiermee wordt de verdere voltooiing van de interne markt in het Europese wegvervoer tegengehouden.

Sociale condities

In een brief aan de Tweede Kamer stelt minister Schultz van Haegen dat het verder vrijgeven van cabotage, het vervoeren van goederen tussen twee punten in hetzelfde land door een bedrijf uit een ander land, pas mogelijk is als er sprake is van gelijke sociale condities in het wegtransport in Europa.

EVO stelt echter dat binnen één interne Europese markt bedrijven vervoerders uit andere lidstaten moeten kunnen inschakelen.

Keuzevrijheid

De huidige regels omtrent cabotage dwingen vrachtwagenchauffeurs echter om, na het drie keer afleveren van hun goederen, met een lege vrachtauto terug te rijden. Dit leegrijden is slecht voor het milieu en leidt tot extra kosten voor verladers.

Bedrijven werken bovendien steeds meer op internationale schaal, waar kwaliteit bepaalt met wie ze in zee gaan. Huidige cabotageregels zorgen er echter voor dat de nationaliteit van een vervoerder een grote rol speelt.

Dit is in strijd met de interne markt die de EU beoogd te zijn. EVO streeft naar optimale keuzevrijheid voor bedrijven. In een geliberaliseerde Europese markt moet een vrije verladerkeuze zijn - bedrijven moeten van vervoerders in het buitenland gebruik kunnen maken.

Wegvervoer

EVO heeft begrip voor de moeilijke situatie waarin de wegvervoermarkt verkeert. Daarom kan EVO beter leven met de bescheiden stap in de goede richting van de Europese Commissie.

EVO heeft echter geen begrip voor de volledige stilstand die de minister nu voorstelt. Bedrijven die hun goederen zo efficiënt mogelijk willen vervoeren hebben er baat bij als aanbieders van transport meegaan in een geliberaliseerde markt.