Minister: vrachttaks niet één op één terug naar bedrijfsleven

Kamerleden hebben zorgen over omrijders en de massale inzet bestelbusjes om taks te ontwijken

26-09-2018  Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) heeft dinsdag in een algemeen overleg in de Tweede Kamer gezegd dat de vrachttaks niet één op één teruggaat naar het bedrijfsleven voor duurzaamheid en innovatie. Volgens haar kan dat niet omdat van de opbrengst de motorrijtuigenbelasting (MRB) en overige kosten moeten worden afgehaald. Deze uitspraak van de minister bevestigt onze zorgen of er niet te veel budget voor het bedrijfsleven verloren gaat aan de te maken kosten en dat bedrijven individueel nauwelijks iets van het geld terugzien.

Het kabinet werkt hard aan een voorstel om het invoeren van een vrachttaks per 2023 mogelijk te maken. Maandag 1 oktober zitten wij, samen met TLN en VERN, aan tafel met de minister om de beleidskaders te bespreken. Wij maken ons zorgen over de komst van de vrachttaks, omdat deze zorgt voor een enorme lastenstijging voor handels- en productiebedrijven en maar nauwelijks een maatschappelijk positief effect heeft. De taks zorgt volgens ons niet of nauwelijks voor minder transport en gaat al helemaal niet zorgen voor minder files en uitstoot van uitlaatgassen. Wij roepen de minister en Kamerleden dan ook op om meer duidelijkheid te geven over de te verwachte maatschappelijke effecten.

Terugsluizen

Kamerlid Roy van Aalst (PVV) vroeg de minister of het terugsluizen van de opbrengsten  van de vrachttaks aan Nederlandse bedrijven niet discriminerend is ten opzichte van buitenlandse bedrijven, mede met het oog op de klacht van Nederland op de Duitse Maut. De minister gaf in de beantwoording aan dat de terugsluis niet één op één terug gaat naar bedrijven, vanwege onder andere de aftrek van de MRB en andere kosten. Zij stelt dat België ook geen één op één compensatie uitvoert, en zij daarom geen problemen verwacht.

Grote zorgen

Het antwoord van de minister baart ons grote zorgen. Veelrijders in het vrachtverkeer maken straks heel veel meer kosten en ontvangen daar minder voor terug. Daarnaast is de belofte om de opbrengsten van de vrachttaks terug te sluizen naar het bedrijfsleven nog onvoldoende hard toegezegd. Zekerheid hierover is een belangrijke voorwaarde voor het bedrijfsleven om zich uiteindelijk positief tegenover deze maatregel op te kunnen stellen.

Omrijden door vrachtauto’s

Naast zorgen over het terugsluizen van de opbrengst van de vrachttaks vroeg Kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks) naar het ‘omrijderseffect’. Volgens haar kunnen transporteurs er wel eens voor gaan kiezen de snelwegen te mijden en te gaan rijden via het onderliggende wegennet. Zij wilde dan ook van de minister weten of provincies en gemeenten ook aanspraak kunnen maken op de opbrengst om compenserende maatregelen te kunnen nemen. Het bedrijfsleven heeft steeds onderstreept dat omwille van beperkte rijtijden en de risico’s voor de verkeersveiligheid omrijden voor opdrachtgevers, vervoerders en chauffeurs geen reëel alternatief is. Het onderliggend wegennet wordt gemeden waar mogelijk, want dit kost heel veel tijd en levert niets op. De minister gaf desalniettemin aan dat zij dit risico onderkent, maar onderstreepte dat geen enkele wegbeheerder kan rekenen op een deel van de opbrengsten die zijn bedoeld voor het bedrijfsleven.

Groei inzet bestelauto’s

Kamerlid Matthijs Sienot (D66) vroeg in zijn bijdrage aandacht voor het effect op de inzet van bestelauto’s in plaats van vrachtauto’s. De minister stelde dat dit nauwelijks aan de orde zal zijn, daar voor hetzelfde volume aan transport met bestelauto’s meer chauffeurs nodig zijn en de loonkosten vele malen hoger zijn dan de vrachttaks. Hierbij gaat de minister echter voorbij aan het hard stijgende chauffeurstekort wat dé nijpende factor is om goederen op plaats van bestemming te krijgen. Immers is er voor het rijden op een bestelauto geen gediplomeerde chauffeur nodig, dus naast een beschikbare en goedkopere chauffeur wordt bovendien de vrachttaks gemeden. Dit is een reëel risico gezien ook de veranderende klantwens van just-in-time leveringen door consumenten en bedrijven.

Vestigingsklimaat en duurzaamheid

Sienot vroeg tot slot ook naar de effecten van de vrachttaks op het vestigingsklimaat. De minister liet weten dat het effect van de vrachttaks op het vestigingsklimaat waarschijnlijk meevalt aangezien omliggende landen de vrachttaks ook al hebben ingevoerd. Wij willen in onderzoeken terugzien wat de afwezige vrachttaks in Nederland bijdraagt aan het huidige vestigingsklimaat.

Een andere vraag van het D66-Kamerlid was hoe de resterende opbrengst van de taks wordt ingezet voor duurzaamheid. Volgens de minister kunnen zowel grote als kleine bedrijven, en ook eigen rijders, aanspraak maken op het budget voor duurzaamheid en innovatie. Wij willen graag dat de minister kijkt naar de hele keten als het gaat om verduurzamen. Uiteindelijk betalen de opdrachtgevers van transport de vrachttaks en investeren verladers en logistiek dienstverleners samen in een duurzamere logistieke keten.

 

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder