Zoetermeer, 8 augustus 2012

Handelsmissies mooie opdracht voor nieuw kabinet

Verladersorganisatie EVO pleit vandaag op de opiniepagina van het Financieele Dagblad voor meer export door het Nederlandse bedrijfsleven naar de landen van de Arabische Lente. Ongeveer een jaar na de omwenteling concludeert de verladersorganisatie dat de seinen op groen staan voor een intensivering van de handelsrelatie met Tunesië, Egypte en Libië. EVO baseert zich onder andere op stabiele exportcijfers, die duiden op vertrouwen van bestaande exporteurs in deze landen. Ook in de verbetering van de logistieke prestaties ziet de verladersorganisatie aanleiding voor een verdere oriëntatie van het Nederlandse bedrijfsleven op Noord-Afrika. Volgens EVO is meer export naar deze en andere landen buiten de EU ook nodig vanwege de aanhoudende economische malaise in Europa. Om het exporterende bedrijfsleven te ondersteunen wil EVO dat een nieuw kabinet werk maakt van de versteviging van de handelsrelatie met de landen van Arabische Lente.

Export naar Tunesië en Egypte daalt marginaal

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de gevolgen van de Arabische lente voor de handel met Tunesië en Egypte zijn meegevallen. De Nederlandse export naar Tunesië daalde met 3% naar een exportwaarde van 264 miljoen euro. De exportwaarde naar Egypte bedroeg in 2011 1,1 miljard Euro en dat is slechts 4% minder dan het jaar daarvoor. De gevolgen voor de handel met Libië was significanter, een daling van 18% naar 214 miljoen euro. De reden is waarschijnlijk gelegen in de gewelddadigere machtsoverdracht in Libië.  Desondanks zijn de cijfers wat de verladersorganisatie betreft bemoedigend. Zij duiden op vertrouwen van Nederlandse ondernemers in de handel met deze landen en op stabiele handelscontacten.

Logistieke prestaties

Andere exportondersteunende cijfers, zoals de Logistics Performance Index van de Wereldbank, duiden er zelfs op dat Tunesië en Egypte de handel beter zijn gaan faciliteren. De Wereldbank oordeelt dat de logistieke faciliteiten in Tunesië  11,6% beter functioneren na de Arabische lente. Egypte liet zelfs een toename van 14,2% zien. In Libië was daarentegen een afname van 2,1% in de prestaties merkbaar. De landen staan daarbij wereldwijd respectievelijk op de 41ste, 57ste en 119de plaats en kunnen zich prima meten met andere opkomende economieën . Ter vergelijking, Brazilië staat 45ste op deze ranglijst en wordt direct gevolgd door India.

Export-ondersteuning

De seinen lijken dus op groen te staan voor het Nederlandse bedrijfsleven en de overheid om de handel met Tunesië, Egypte en zelfs Libië te intensiveren, aldus EVO. Het exporterende bedrijfsleven moet zijn kans moet grijpen deze markten buiten Europa aan te boren. Kansrijke sectoren zijn waterbouw en waterzuivering, infrastructuur (wegen, bruggen en telecommunicatie), medische apparatuur en biotechnologie. Dat zijn stuk voor stuk sectoren, waarin het Nederlandse bedrijfsleven sterk is. De Nederlandse overheid, met name het ministerie van EL&I en het ministerie van Buitenlandse zaken, moet volgens EVO het Nederlandse bedrijfsleven actief ondersteunen.  Dit is een mooie opdracht voor een nieuw kabinet. EVO denkt dan eerst en vooral aan het organiseren van handelsmissies naar de landen van de Arabische Lente.