“Wij zijn allemaal al zeker 10 jaar actief in Afrika, dus we weten hoe het hier werkt”

Leestijd 8 minuten

03-09-2020  Een meeropbrengst van gekweekte tilapia met factor 15: dit is het resultaat dat Tanzaniaanse viskwekers kunnen halen met behulp van Nederlandse aquacultuurtechnologie. Een consortium van Nederlandse bedrijven in deze sector heeft die winst al geboekt in de demonstratieviskwekerij, die medio februari nog net voor de corona-uitbraak is geopend. Dankzij een online opleidingsprogramma door het Nederlandse consortium is het ook in deze onzekere tijden mogelijk honderden Tanzaniaanse kwekers op te leiden om in hun eigen kwekerijen vis te kweken.

In Tanzania, maar eigenlijk in heel Afrika, is de vraag naar meer voedsel en vooral vis sterk groeiende. Dit bracht de organisatie Larive op het idee Nederlandse bedrijven met veel expertise op het gebied van aquacultuur naar Afrika te halen voor het opzetten van een keten. Menno Morenc: “Larive brengt al sinds 1975 Nederlandse bedrijven in contact met verschillende sectoren in ontwikkelende landen. Wij kijken van tevoren in een land of regio eerst naar de marktkansen voor een bepaalde sector. Daarna proberen we lokale partners te vinden, zowel in het bedrijfsleven als bij overheden.”

Vooral in Oost-Afrika zag Larive een paar jaar geleden kansen voor aquacultuur. Dit omdat deze regio qua klimaat ideaal is voor het kweken van tilapia; deze vissoort komt zelfs oorspronkelijk hiervandaan. Bovendien is er veel behoefte aan vis onder de Afrikaanse bevolking, wat zorgt voor veel kleine open kwekerijen in meren en vijvers. “Dat is echter weer minder goed voor het milieu, omdat die wateren door uitwerpselen van de vissen en zuurstofonttrekking steeds meer worden vervuild. Daarom importeren deze landen veel tilapia uit China, wat tijdens de coronacrisis moest worden stopgezet. Deze crisis laat goed zien hoe belangrijk lokale productie is.”

Nederlandse kweektechnologie

Vanuit Nederland is een consortium bijeengebracht van bedrijven in de aquacultuur, bestaande uit Til Aqua, Holland Aqua, Genap en Viqon. Morenc: “Wij zijn gestart in Kenia met het opzetten van een viskweekketen. Samen met Keniaanse bedrijven, de Keniaanse overheid en de Nederlandse ambassade. Ook in Tanzania was behoefte aan een dergelijke keten, want er is veel vraag naar vis terwijl de opbrengsten uit eigen land te laag zijn.”

In Dar es Salaam is in 2019 een bestaande kwekerij uitgebreid met 2 nieuwe gebouwen en een vijver waarin nieuwe Nederlandse technologie wordt gedemonstreerd. In een van deze nieuwe gebouwen is een zogeheten hatchery opgezet, een broederij voor tilapialarven die door Til Aqua is geleverd, vertelt Eric Bink van Til Aqua uit Someren. “Wij hebben ons gespecialiseerd in het kweken van mannelijke tilapia met gebruik van de zogeheten YY-technologie. Deze geneticatechnologie zorgt ervoor dat de vis hormoonvrij kan worden gekweekt. Dat is beter voor de vis en duurzamer.” Til Aqua heeft deze broederij samen met Holland Aqua uit Lierop en Viqon uit Helmond voor de kwekerij in Dar es Salaam ontworpen en geplaatst. Victor Bierbooms van Viqon: “De jonge vissen worden dankzij een recirculatiesysteem voorzien van meer zuurstof. Bovendien wordt het water gezuiverd en blijft dit continu in beweging. Dat is heel goed voor een snelle groei van de vis.”

Tanzania-viskweken-consortium

Factor 15 meer opbrengst

Het systeem draait sinds enkele maanden naar volle tevredenheid, nadat de demonstratiekwekerij medio februari officieel is geopend in het bijzijn van de Tanzaniaanse viceminister van Veeteelt en Visserij, Abdallah Hamis Ulega, en de Nederlandse ambassadeur Jeroen Verheul. Inmiddels zijn de eerste 2 batches van in totaal 1500 kilo verkocht aan een groothandel in de miljoenenstad. “De output is een factor 100 hoger. Waar voorheen 1 kilo per vierkante meter per jaar groeide, kan nu 100 kilo vis per jaar worden geoogst, zo is de verwachting. Bovendien gebeurt dit op een manier die minder gevoelig en optimaler is voor de vis.” Minstens net zo bijzonder is dat de inwoners van Dar es Salaam nog nooit zulke verse tilapia hebben gegeten. “Want traditionele viskwekers of zeevissers zijn altijd wel een paar dagen onderweg, voordat de vis op de markt ligt. Dit geldt zeker voor uit China geïmporteerde vis.”

Opleiding

De interesse van andere kwekers in Tanzania is groot. Om hen te begeleiden is een trainingsprogramma opgezet door Til Aqua en Holland Aqua, vertelt Eric Bink van Til Aqua. “In de demopilot laten wij zien hoe dit werkt; het is aan de Tanzanianen om alles in hun eigen land verder te ontwikkelen. Hanneke van den Dorp, tevens dierenarts, namens ons bedrijf en Frans Aartsen namens Holland Aqua verzorgen daarvoor trainingen. We hadden dat het liefste in Tanzania willen doen, maar dit was niet mogelijk door de coronacrisis. Vandaar dat we een online programma hebben opgezet, vanuit de net gestarte website www.course.fish. Dat doen we op 2 niveaus: voor operationele medewerkers en voor managers en directies. Daar is behoefte aan, want we hebben op dat hogere niveau al circa 25 lokale stafmedewerkers getraind, en voor het operationele werk al een paar honderd viskwekers. Die kunnen met ons trainingsprogramma hun kennis verrijken, want ons systeem is anders dan zij gewend zijn.”

Het consortium kijkt inmiddels verder dan Tanzania. Zo oriënteert Viqon zich op Rwanda en Holland Aqua zich op Zimbabwe. Frans Aartsen van Holland Aqua: “Dat doen wij bij voorkeur met dezelfde partners als in dit consortium. Wij zijn allemaal al zeker 10 jaar actief in Afrika, dus we weten hoe het hier werkt. Overigens kan die keten worden vergroot met bijvoorbeeld een leverancier van visvoer, zodat je nog beter vis kunt kweken. En er zijn ongetwijfeld nog meer mogelijkheden in de keten”, besluit Aartsen.

Tanzania-viskweken-consortium

Impact Clusters

Dit is een van de pilot impactclusterprojecten die ondersteund worden door de Nederlandse overheid. In deze projecten zijn kennis, kunde en technologie gebruikt van vaak Nederlandse bedrijven om de lokale private sector in ontwikkelende landen op te bouwen en daarmee lokaal economische ontwikkeling te stimuleren. Naast het kweken van vis worden ook projecten uitgevoerd in andere sectoren, zoals in de tuinbouw of dienstverlening.

Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen die wil meewerken aan het stimuleren en verder ontwikkelen van deze private sectoren in ontwikkelingslanden, kunnen vanaf 2021 gebruikmaken van de subsidieregeling Impact Clusters. Deze wordt op dit moment op basis van ervaringen van een aantal pilotprojecten ontwikkeld. Investeringen in lokale capaciteitsopbouw dragen bij aan het lokaal creëren van banen en kunnen sector doen groeien. Kijk voor meer informatie op www.rvo.nl.

Onze ledenadviseur Alice
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Alice en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder