23-09-2011  Vervoerders hebben een wettelijke bescherming tegen hoge schadeclaims. Zij hoeven vaak maar een beperkt deel van de schade te vergoeden. Deze bescherming wordt in Nederland zelden doorbroken.

Opzet of bewuste roekeloosheid

Dat is in Duitsland wel anders. Daar worden de daarvoor benodigde ‘opzet of bewuste roekeloosheid’ veel sneller aangenomen. Daarom is het voor vervoerders zinvol om bij schade tijdens internationaal vervoer aan de Nederlandse rechter een zogeheten ‘verklaring voor recht’ te vragen, waarin staat dat de wettelijke bescherming van de vervoerder geldig is. Andere Europese rechters moeten die verklaring in principe respecteren.

Dezelfde zaak

In principe, want enkele jaren geleden besloot de Duitse rechter dat een Nederlandse ‘negatieve’ verklaring voor recht de onbeperkte aansprakelijkheid in een Duitse procedure over dezelfde zaak niet in de weg staat.

Oordeel omzeilen

Daarom vroeg een Nederlandse vervoerder vorige week bij de Nederlandse rechter een verbod om dezelfde zaak bij de Duitse rechter aan te spannen. Reden hiervoor was dat de wederpartij alleen als doel zou hebben om met een tweede rechtszaak in Duitsland het oordeel van het Nederlandse rechter te omzeilen.

Wederzijds vertrouwen

De Nederlandse rechter besloot echter dit verzoek niet in te willigen. Zij oordeelt dat het internationale vervoerrecht is gebaseerd op wederzijds vertrouwen in de rechtspraak van de verschillende landen. De Nederlandse rechter mag zijn Duitse collega niet verhinderen om zelfstandig het vervoerrecht toe te passen. Ook niet als zij weet dat de beslissing in Duitsland in strijd zal zijn met het Nederlandse recht.

Juridische vragen?

 Neem contact op met EVO-Juridische bijstand, telefoon 079 3467 346 op per e-mail.