Het kabinet is op de goede weg om het prille herstel van de economie te faciliteren. Tegelijkertijd kan het kabinet de economische groei versnellen door de regelgeving voor de logistieke operatie van bedrijven te verbeteren. Essentieel daarbij is dat we werk maken van het schrappen van overbodige regels, intensief samenwerken in het efficiënter uitvoeren van bestaande regels en terughoudendheid betrachten bij het formuleren van nieuwe regels.

Groei

Exporterend Nederland verwacht in 2014 een groei van 11 procent en ook de overheidsbegroting beweegt weer richting een evenwicht. De economie trekt dus weer aan. Dit betekent niets minder dan dat bedrijven de komende jaren meer kilo’s, liters en kubieke meters goederen maken en verhandelen. Er komt dus meer druk op onze infrastructuur, controlediensten en vervoersmiddelen. De afgelopen jaren is daarom door de overheid en het bedrijfsleven stevig geïnvesteerd in een grotere overslag en vervoerscapaciteit van onze infrastructuur. Ook is er een start gemaakt met het in kaart brengen van regeldruk die bedrijven als grote last ervaren. Kortom, we zijn op de goede weg. Maar wat EVO betreft zijn waakzaamheid en ijver geboden.

Nieuwe regeldruk

Een eerste punt van zorg is namelijk de niet aflatende stroom aan nieuwe nationale en internationale wetten. Of neem de vele gemeentelijke en provinciale verordeningen. Met de maatwerkaanpak regeldruk formuleert het kabinet een integrale aanpak die tot merkbare regeldrukvermindering kan leiden. Dat gaat echter alleen als het kabinet tegelijkertijd aan de voorzijde de kraan dichtdraait. Volksvertegenwoordigers moeten volgens EVO dan ook zeer terughoudend omgaan met verzoeken vanuit de samenleving om nieuwe regels te introduceren.

In de logistiek zijn er helaas talloze voorbeelden van nieuwe regeldruk. Binnenkort dreigt een certificatieplicht voor het gewicht van beladen containers ingevoerd te worden zonder dat redelijkerwijs is aangetoond dat die maatregel de veiligheid in de scheepvaart significant verbeterd. Het ministerie van Sociale Zaken werkt aan een ‘wet op de ketenaansprakelijkheid’ waarbij de aansprakelijkheid voor het uitbetaling van cao-loon bij de klanten van de bedrijven de desbetreffende sector komt te liggen. Het is natuurlijk onwenselijk dat ondernemers en consumenten met malafide partners werken, maar hen wettelijk aansprakelijk stellen voor wantoestanden bij een partnerbedrijf gaat te ver. De hele administratieve rompslomp van de wet die hier mogelijk bij komt kijken nog daargelaten.

Kabinetsaanpak

Gelukkig biedt de maatwerkaanpak regeldruk de mogelijkheid om bestaande regelgeving slimmer uit te voeren, dat geeft bedrijven weer perspectief. Zo gaat EVO met partners aan het werk om inspectiediensten zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (nVWA) informatie met elkaar te laten delen zodat de inspectiedruk in de logistiek van het bedrijfsleven omlaag kan. EVO vertrouwt er op dat deze aanpak ook echt merkbare resultaten oplevert, mits we gezamenlijk de schouders eronder zetten. Ministeries, belangenbehartigers, inspectiediensten en de natuurlijk ondernemers zelf.

Kansen

Tot slot liggen er nog genoeg kansen om het aantal onnodige regels significant te verminderen. Zo rijden bedrijven in Nederland bijvoorbeeld nodeloos veel kilometers om bij de bevoorrading van winkels, simpelweg omdat gemeentelijke tijds-, gewichts- en lengtebeperkingen bedrijven dwingt om veel meer vrachtauto’s in te zetten dan strikt noodzakelijk is. Dat is niet goed voor de leefbaarheid, niet goed voor de veiligheid en ook niet goed voor de economie. Kortom, we zijn op de goede weg, maar er is wat EVO betreft nog genoeg werk aan de winkel.

Dit opiniestuk van Marco Wiesehahn-Vrijman verscheen deze week in SC, een multimediaal platform voor bedrijven en overheidsorganisaties over (de totstandkoming van) wet- en regelgeving.