5-01-2016, Update  Per 1 mei wordt het Communautair Douane Wetboek (CDW) vervangen door het Douanewetboek van de Unie (DWU voorheen UCC). 

Bekijk de dossier DWU Pagina

21-07-2015  De nieuwe douanewetgeving is nodig, omdat de douane steeds meer digitaliseert, er meer aandacht is voor veiligheid en omdat organisaties zoals EVO en Fenedex wetgeving eenvoudiger willen maken voor bedrijven. De Union Customs Code (UCC), vervangt daarom op 1 mei 2016 het Communautair Douane Wetboek (CDW). Over de toepassingsverordening van het UCC wordt op dit moment de laatste hand gelegd. Dit is de vervanging van het TCDW.

Overgang

Overigens verandert niet alles per 1 mei 2016 – er is een overgangsperiode tot en met 2020. Wetgeving die alleen geïmplementeerd kan worden met een aanpassing of de bouw van nieuwe IT-systemen, wordt pas later van toepassing. Ook voor regelingen zoals douanewaarde en entrepot type D gelden overgangsbepalingen. ‘Papieren’ wijzigingen, zoals AEO en de Bindende Tarief Inlichting, worden wel op 1 mei van kracht.

Wijzigingen

Op dit moment is het wetgevingsproces nog niet volledig afgerond. Toch kunnen EVO en Fenedex al een aantal opvallende wijzigingen opsommen:

AEO

De wijzigingen in de AEO-regels vallen mee. Wel wordt AEO nog meer een basisvoorwaarde voor andere douanevereenvoudigingen en -vergunningen dan nu. Ook komen er aanvullende eisen aan praktische beroepservaringen of -kwalificaties. Zo is er minimaal drie jaar praktische beroepservaring of een gekwalificeerde opleiding nodig. De wijze waarop dit moet worden aangetoond is niet duidelijk.

Douanewaarde

De douanewaarde van de goederen kan op verschillende manier worden vastgesteld. De definitie van de meest gebruikte methode (de transactiewaarde) wordt echter geherformuleerd. De transactiewaarde zal nu worden vastgesteld door de laatste verkoopwaarde direct voordat de goederen het grondgebied van de Unie worden binnengebracht.

Bindende Tarief Inlichtingen (BTI) en Bindende Oorsprong Inlichting (BOI)

Momenteel kunnen bindende tarief- en oorsprongsinlichtingen worden aangevraagd bij de douane. Het gebruik hiervan is nu niet verplicht, maar dat verandert. Zodra een bedrijf een BTI of BOI aanvraagt, moet het nummer van de inlichting verplicht worden gemeld in de aangiften en geldt hetgeen gesteld is in de inlichting. Let op: dit geldt ook voor BTI en BOI die bedrijven nu al hebben. Mocht iemand een BTI of BOI hebben, maar deze nooit gebruiken, dan moet er een verzoek worden gedaan om deze te laten intrekken. De geldigheidsduur voor nieuwe BTI en BOI wordt per 1 mei 2016 verlaagd van zes naar drie jaar.

Onvolledige aangifte

Veel bedrijven maken gebruik van een ‘onvolledige aangifte’. Dit betekent dat er een aangifte wordt gedaan zonder dat alle gegevens (bijvoorbeeld een oorsprongsdocument) beschikbaar zijn. De UCC stelt dat bij regelmatig gebruik van deze vereenvoudiging een vergunning nodig is. Wat de UCC precies met ‘regelmatig’ bedoelt is nog niet duidelijk, maar dit zou vijftig keer per maand kunnen zijn. De termijn voor het aanleveren van de aanvullende gegevens wordt wel verkleind naar tien dagen.

Inschrijven in de administratie (maandaangifte)

Er worden aanvullende eisen gesteld aan het doen van aangifte door middel van een inschrijving in de administratie (de huidige maandaangifte of domiciliëringsprocedure). Er wordt momenteel gesproken over hoe de wijzigingen eruit zien, maar dat er een toenemend aantal meldingen komt, lijkt vrijwel zeker.

Bijzondere regelingen (douane-entrepot en actieve veredeling)

De huidige indeling van douane-entrepots (type A tot en met F) vervalt. In plaats daarvan komen er drie typen publieke entrepots en één type privaat entrepot. Het private entrepot is een mix van het huidige entrepottype C en E. Hoe de Nederlandse entrepothouders C en E overgaan, is nog niet duidelijk. De regelingen actieve veredeling (AV) schorsing, AV terugbetaling en behandeling onder douanetoezicht worden alle samengevoegd onder één regeling AV. Deze ene regeling is vergelijkbaar met de huidige regeling AV-schorsing. In de overgangsbepalingen is wel bepaald dat de huidige vergunningen in principe van kracht blijven onder de huidige voorwaarde tot de einddatum van de vergunning.

Lobby

Wat EVO en Fenedex betreft valt het niveau van handelsfacilitatie in het UCC erg tegen. Ook is van échte digitalisering, bijvoorbeeld om ‘system based controls’ mogelijk maken, nauwelijks sprake. In de laatste fase van de onderhandelingen lobbyen EVO en Fenedex, die samen opkomen voor de internationale logistieke en handelsbelangen van hun leden, dan ook nog steeds volop om dit alsnog te regelen.

Vragen?

Ook overleggen EVO en Fenedex met de Nederlandse douane over de implementatie en voorlichting van het UCC. Naast algemene voorlichtingen, zetten EVO en Fenedex in 2016 ook masterclasses op over de belangrijkste wijzigingen. Houd ook hierover de berichtgeving goed in de gaten. Wie nog meer vragen heeft kan contact opnemen met EVO of Fenedex.