05-03-2015  Het nieuwe ontslagrecht dat per 1 juli ingaat en volgt uit de Wet werk en zekerheid lijkt opnieuw een weeffout te bevatten. De transitievergoeding moet namelijk ook worden betaald op het moment dat werknemers na 2 jaar arbeidsongeschiktheid uit dienst treden. Deze transitievergoeding komt dan bovenop de uitkering.

Transitievergoeding

Onlangs bleek al dat onderbrekingen die korter dan 6 maanden hebben geduurd, niet worden meegeteld als onderbreking in de keten van arbeidscontracten. Daardoor kan een transitievergoeding nog hoger uitvallen. Inmiddels is bekend gemaakt dat deze weeffout wordt gerepareerd, in die zin dat de terugwerkende kracht van de betaling van de transitievergoeding beperkt wordt tot drie jaar terug. Dit betekent dat dienstverbanden, ongeacht of dat onderbrekingen zijn van minder dan 6 maanden, pas vanaf 1 juli 2012 worden meegeteld in de berekening voor de transitievergoeding.

150 miljoen euro

Helaas is er nu dus weer een weeffout in het nieuwe ontslagrecht ontdekt. Het Financieele Dagblad kopt vandaag met een mogelijke kostenpost van 150 miljoen euro, na een rondgang langs experts. Nu de betaling van deze transitievergoeding bovenop de uitkering komt, is de kans groot dat deze niet wordt gebruikt waarvoor deze is bedoeld, namelijk bekostiging van voorzieningen die nodig zijn om de kansen op nieuw werk te vergroten.

Onderscheid

Werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de vergoeding voor de arbeidsongeschikte werknemers een weeffout die zou moeten worden hersteld. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verdedigt de nieuwe regeling door te stellen dat het wettelijk verboden is om bij ontslag onderscheid te maken tussen zieke en niet-zieke werknemers. ‘Daarom zouden werknemers die wegens ziekte worden ontslagen, recht hebben op een transitievergoeding’, aldus de woordvoerder van het ministerie. Daarnaast zou de transitievergoeding niet alleen bedoeld zijn voor werk-naar-werk-begeleiding maar ook een compensatie vormen voor een ontslag.