Zoetermeer, 18 januari 2013

Onderzoek EVO geeft problemen vrachtverkeer in winkelcentra weer

Verladersorganisatie EVO roept gemeenten op om verladers, ontvangers en beroepsvervoerders te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe, en renovaties van bestaande winkelcentra. Uit onderzoek van EVO blijkt dat vrachtwagens moeite hebben om nieuwe winkelcentra te bereiken.

Onderzoek van EVO, de belangenbehartiger van 20.000 bedrijven in alle branches die goederen te vervoeren hebben, geeft weer dat bevoorradend verkeer in en rondom winkelcentra onder meer kampt met te weinig manoeuvreerruimte en te krappe losplaatsen. Dit probleem doet zich voor in vrijwel alle onderzochte winkelcentra in Nederland.

Probleem

EVO stelt dat bij de ontwikkeling van nieuwe winkelcentra de bevoorrading een ondergeschikte rol speelt. Ontwikkelaars hebben geen oog voor de ruimte die vrachtwagens nodig hebben. Daarbij zijn toekomstige gebruikers, zoals huurders en beroepsvervoerders, niet bij de ontwikkeling betrokken.

Gevolgen

Dat toekomstige gebruikers niet bij de ontwikkeling van winkelcentra betrokken worden heeft grote gevolgen. Beroepsvervoerders moeten vaak onnodig veel manoeuvreren in en rondom winkelcentra – dit is niet bevorderlijk voor de verkeersveiligheid. Tevens worden onnodig extra schadelijke stoffen uitgestoten. Indien de bevoorrading met een kleiner voertuig plaatsvindt kampt het bedrijfsleven bovendien met hogere kosten omdat er meer voertuigen moeten worden ingezet, wat tegelijkertijd voor meer overlast zorgt.

Oplossing

Alle relevante partijen dienen volgens EVO vanaf het begin bij het ontwerp- en ontwikkelingsproces  van winkelcentra betrokken te worden. In ontwerpen van winkelcentra moet vervolgens rekening worden gehouden met de fysieke eigenschappen van vrachtwagens. Computersimulaties van de bevoorrading geven bijvoorbeeld een extra kwaliteitstoets. EVO zal de conclusies van haar onderzoek voorleggen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).