12-03-2014  In Nederland gaat slechts een heel klein deel van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Dit aandeel verder verkleinen op een gemakkelijke en goedkope manier is niet mogelijk, zo blijkt uit onderzoek, waar EVO en de Commissie Transport Gevaarlijke Stoffen aan hebben bijgedragen.

Vervoer

Ministerie Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur liet onderzoeksinstituut TNO onderzoeken of het mogelijk is om het vervoer van gevaarlijke stoffen verder te verleggen van het spoor naar water en buisleidingen. Maar op dat punt zijn geen ‘quick wins’ te behalen, zo concludeert TNO.

Momenteel gaat slechts 2 procent van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Ruim 90 procent van dat transport vindt plaats per buisleiding en binnenvaart.

Volume

TNO constateert dat het verder verleggen van de stroom gevaarlijke stoffen naar buisleiding alleen mogelijk is met een zeer omvangrijk volume en een constante belevering. Stromen die via het spoor worden vervoerd voldoen niet aan deze criteria, aldus TNO.

Het verder verleggen van de stroom naar de binnenvaart is ook niet mogelijk op korte termijn tegen lage investeringskosten. Dit komt onder meer doordat veel van de bestemmingen die momenteel via het spoor worden ontsloten niet bereikbaar zijn via de binnenvaart.

Termijn

TNO stelt wel dat op middellange termijn productielocaties van Chemelot in Zuid-Limburg via een additionele buisleiding op de binnenvaarterminal in Stein kunnen worden aangesloten. Ook kan een bedrijf in Delfzijl aangesloten worden op de binnenvaart. EVO zou graag zien dat deze casussen nader onderzocht worden op haalbaarheid.

Themadag gevaarlijke stoffen