15-06-2011  Een octrooi aanvragen is duur door proceskosten. Het kost bovendien veel tijd vanwege de omvangrijke bureaucratische procedure. Daardoor is het aanvragen van een octrooi voor de meeste mkb-bedrijven geen haalbare kaart.

Door een akkoord tussen EU-lidstaten over de invoering van een gemeenschappelijk Europees octrooi, verlaagt de Europese Commissie deze kosten en wordt de procedure minder bureaucratisch.

Twee jaar geleden kwamen de EU-lidstaten overeen dat er een EU-octrooi moest komen voor uitvindingen. Tot de invoering van dit gezamenlijke octrooi moest per land een aanvraag worden ingediend. Maar overeenstemming over de taal heeft een akkoord lang tegengehouden, waardoor het EU-octrooi op zich liet wachten.

Afgelopen maart zijn 23 van de 25 EU-lidstaten overeengekomen dat een octrooi alleen in het Engels, Duits en Frans hoeft te worden ingediend. Alleen Italië en Spanje willen geen afstand doen van hun taal en doen niet mee.

Omdat er een overgangstermijn van twaalf jaar geldt, is het aanvragen van een octrooi voorlopig nog een dure hobby voor bedrijven. Eurocommissaris Michel Barnier (interne markt) heeft onlangs echter tegenover het Financiele Dagblad verklaard dat hij het bedrijfsleven tegemoet wil komen. Hij maakt zich sterk voor het oprichten van een Europees fonds voor Europese octrooien.  

Octrooien moeten niet alleen degene die iets nieuws heeft uitgevonden beschermen, maar ook uitvindingen stimuleren en publicatie daarvan bevorderen. Zij leveren een grote bijdrage aan het innovatie- en concurrentievermogen van de economie en dus dragen zij bij aan economische groei.

EVO volgt de ontwikkelingen rond het Europees octrooi op de voet.