ODB-event zet stappen

Goed overleg tussen overheid en bedrijfsleven leidt tot sterk handelsklimaat in Nederland, zonder geweld aan toezichts- en handhavingstaken

Met als thema ‘the next steps’ kwamen op 29 maart vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de Douane en de inspectiediensten bijeen voor het ODB-event. Het programma, zorgvuldig samengesteld door ons, de Douane en FENEX, gaf voldoende aanleiding om te kijken naar de toekomst, maar ging ook de vraagstukken van het heden niet uit de weg.

Het ODB staat voor het Overleg Douane Bedrijfsleven, waarin vertegenwoordigers van de Douane, NVWA, ILT, de ministeries van Economische Zaken en Buitenlandse Zaken en koepelorganisaties gezamenlijk naar de vraagstukken van alledag en de toekomst kijken. Dat hierbij de gewenste handelsfacilitatie wel eens schuurt met de handhavings- en toezichtstaken van inspectiediensten werd goed duidelijk tijdens de paneldiscussie waar de dag mee opende.
Het panel, onder leiding van dagvoorzitter professor Albert Veenstra, bestaat uit algemeen directeur van de Douane Nanette van Schelven, haar equivalent bij de NVWA inspecteur-generaal Rob van Lint en onze douaneverantwoordelijke Godfried Smit.

Handelsbevordering

Met de openingsvraag waarom Nederland zo goed is in handel werd direct de toon gezet. Van Lint betoogde dat Nederland goed is in het uitvoeren van toezichts- en handhavingstaken, terwijl er een uitstekend klimaat is om goed samen te werken met het bedrijfsleven.
“De NVWA kijkt vooral naar product- en voedselveiligheid. Dat is waar we voor staan opgesteld. We proberen daarbij zoveel mogelijk te matchen met het bedrijfsleven om ook op de goede momenten in de transportketen het juiste te doen.”
Nanette van Schelven zegt dat het tot de taakopdracht van de Douane behoort om de handel te bevorderen. “Dat zit ingebakken in onze taakopdracht waarbij wij de concurrentiepositie van Nederland en Europa bevorderen. Die C van onze ABC-taken weerhoudt ons er niet van om ook aandacht te schenken aan de A van Afdracht en de B van Beschermen. Het goede overleg met het bedrijfsleven, met name via het ODB, maakt dat we erin slagen om het juiste op het goede moment te doen. De Douane pakt de rol van de coördinatie van het grensoverschrijdend goederenverkeer en streeft er daarnaast naar om intensief op te trekken met onder meer de NVWA en de ILT.”

Best haalbare resultaat

Godfried Smit voegt eraan toe dat de regelgeving vanuit Brussel niet altijd makkelijk is. “Het ideaal is dan ook niet altijd haalbaar en dan kun je niet anders dan met elkaar in gesprek blijven. Dit overleg resulteert in zowel goede handhaving en uitvoering als in de best haalbare handelsfacilitatie. Dat is waar wij ons als koepels sterk voor maken.”
Toch blijkt in de loop van het gesprek ook wel dat de belangen lang niet zo ver uit elkaar liggen als dat het lijkt. Op detail kunnen er wel verschillen van mening ontstaan, maar over het geheel genomen laat Nederland als handelsland zien, dat de samenwerking zijn vruchten afwerpt. Rob van Lint weet dat ook mooi te illustreren: “Goede voedselveiligheid is ook in het belang van de handel. Je moet niet willen dat er inferieure producten op de markt komen. Dat wil het bedrijfsleven ook niet.”
Geconcludeerd wordt ook dat sommige vraagstukken gezamenlijk moeten worden aangepakt om, voor zover daar sprake van is, schade zoveel mogelijk te beperken. Brexit heeft laten zien dat intensieve samenwerking tussen inspectiediensten en overheid onderling, maar zeker ook met het bedrijfsleven, een sleutel is om dat best haalbare resultaat ook daadwerkelijk te behalen.

'The next steps'

Drie keynotes gaven een inspirerende invulling aan het thema 'the next steps’. Zo gaf Bert Colijn een kleine inkijk in de mogelijke effecten van protectionisme op de economie. Als econoom verbonden aan ING stelde hij dat de economie van handelsbeperkende maatregelen nadelen ondervindt. Hij voorspelde tevens dat door protectionisme het jaar 2019 geen geweldig mondiaal handelsjaar wordt.
Eric Vennekens van ASML presenteerde een inspirerende praktijkcase over ‘increasing compliance while reducing costs’. Vanuit een intrinsieke motivatie van het bedrijf zelf, zie je hoe ASML met inzet van nieuwe technologieën, compliance vergroot en kosten bespaart.

Vanuit de EU, DG Taxud, zette Fredrik Mogren als beleidsmedewerker in Brussel de nodige stippen op de horizon van het UCC/DWU. Hij verhaalde de ontwikkeling vooral vanuit het perspectief van de komende wetgeving. Zijn conclusie was onder meer dat samenwerking met AEO de sleutel vormt zodat de Douane de EU-grenzen kan blijven managen. Het is een win-win situatie.

'Trade Facilitation Debat'

Als laatste programmaonderdeel was er het ‘Trade Facilitation Debat’ onder leiding van de spreker Gijs Weenink. Aan de hand van stellingen werden de aanwezigen uitgedaagd om positie te kiezen naar voorbeeld van de wijze van debatteren in het Britse Lagerhuis. Saillant detail was dat dit ODB-event plaatsvond op de dag dat brexit een feit zou zijn en daarmee de vorm van het debat een extra lading kreeg. Terwijl de stemmingen in Groot-Brittannië uitwezen dat het uittredingsverdrag voor de derde keer werd afgewezen, vonden de aanwezigen in Rotterdam aanmerkelijk sneller elkaars argumenten. Niet dat iedereen het altijd met alles eens was, met als gevolg dat twijfelende deelnemers tussen voor en tegen bleven hoppen. De spreker noemde deze deelnemers verstandige mensen: “Als je niet van mening verandert ben je een psychopaat”, aldus Weenink.
In het debat koos een overgrote meerderheid ervoor om voor de stelling te zijn dat Nederland de beste toezicht- en handhavingsdiensten rondom grensverkeer ter wereld heeft. De tegenstemmers en twijfelaars vonden dat je dit niet zomaar kunt stellen en uiteindelijk was de algemene conclusie dat er het nodige voor verbetering vatbaar was.


Iets soortgelijks deed zich voor bij een stelling dat de voordelen van AEO ruimschoots zouden opwegen tegen de administratieve lasten. Er waren maar tien mensen voor en feitelijk werd dat veroorzaakt door de keuze van de term ruimschoots. Met andere woorden: voordelen wegen wel op tegen administratieve investeringen, maar ook weer niet zo veel dat je kan spreken van ruimschoots.
Ronduit ingewikkeld werd de stelling die ging over de vraag of de Douane voor de bedrijven top-100 een klantmanager voor alle inspectiediensten zou moeten aanstellen. Dit was niet alleen een punt van discussie vanwege de vraag waarom dit dan alleen voor die top-100 zou moeten gelden. Het werd ook een discussiepunt, omdat de vertegenwoordigers van de overige inspectiediensten simpelweg vonden dat zij vanuit hun klantmanagement voldoende kennis in huis hebben om ervoor te zorgen dat bedrijven met kwalitatief goede informatie worden bedeeld. De Douane heeft dan alleen een makelaarsfunctie. Na enkele ingrepen van de spreker omarmden de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven niettemin van harte het idee van een loketfunctie.

Naast andere stellingen was deze laatste illustratief voor de discussie waarmee de dag ook begon; goed overleg tussen overheid en bedrijfsleven leidt tot een sterk handelsklimaat in Nederland, zonder dat hiermee de toezichts- en handhavingstaken geweld worden aangedaan.
‘The next steps’ zijn daardoor met elkaar in gesprek blijven en kijken hoe je vanuit wederzijds respect voor elkaars verantwoordelijkheid verder komt in de toekomst van handel, facilitatie en handhaving.


Opleiding MCTA

Een Manager Customs and Trade Affairs (MCTA) is enerzijds een vakinhoudelijk expert op het gebied van douane en trade compliance en anderzijds is hij (proces) manager/bewaker. Een goede MCTA weet dan ook beide rollen professioneel in te vullen, zijn balans te vinden tussen deze rollen en op adequate wijze deze brugfunctie binnen zijn organisatie te vervullen.

Onze ledenadviseur Alice
Contact

Vragen over internationaal ondernemen?

Alice en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder