15-08-2011 Nadat een werknemer van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) te veel heeft gedronken op het jubileumfeestje van een collega, rijdt hij toch met de auto naar huis. Onderweg wordt hij aangehouden en de politie vordert zijn rijbewijs. De werkgever verzoekt de rechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het CBR voert, gelet op zijn publieke taak om de verkeersveiligheid te verhogen, een ‘zero tolerance’-beleid voor tot het rijden onder invloed van werknemers. Het bureau vindt dat zijn medewerkers een voorbeeldfunctie vervullen bij het uitdragen van de verkeersveiligheid.

De werknemer stelt in zijn verweer dat hij in zijn functie geen contact had met klanten van het CBR en dus geen voorbeeldfunctie had, dat zijn gedraging buiten werktijd plaatsvond en dat hij voor zijn werk geen rijbewijs nodig had. Ook meent hij dat het CBR geen duidelijk beleid voert voor rijden onder invloed.

De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk. De rechtbank vindt dat niet ter zake doet of het rijden onder invloed in privétijd heeft plaatsgevonden en dat de werknemer in zijn functie contact heeft met het publiek.

Gelet op de doelstelling en het bijzondere karakter van het CBR, rust op elke medewerker de plicht om te voldoen aan de hoge integriteiteisen, zelfs als deze niet op schrift zijn gesteld. Er is dus sprake van een vertrouwensbreuk die volledig aan de werknemer is te wijten

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding.

Bron: Kantonrechter Haarlem, 29 maart 2011, LJN: BQ0929

Tip:

Gedragingen in privétijd kunnen onder sommige omstandigheden een reden zijn voor ontslag. Hoewel in bovenstaand geval het schriftelijk vastleggen van het ‘zero tolerance’-beleid niet werd vereist, is het aan te raden dit wel te doen. Schriftelijk vastleggen is echter niet voldoende, draag het beleid ook consequent uit en pas het toe.