16-02-2015  Volgens twee hoogleraren in het arbeidsrecht, Stefan Sagel en Evert Verhulp, is het nieuwe ontslagrecht omgeven door missers. Dit is een gevolg van de ‘politieke haast’ waarmee het is ingevoerd, stellen zij in een interview met het Financieele Dagblad.

(Nog) hogere transitievergoedingen

In branches waar veel gebruik wordt gemaakt van flexibel personeel, vechten werkgevers al voor herstel van een pas ontdekte weeffout in de wet. Deze dwingt werkgevers om vanaf 1 juli met terugwerkende kracht hogere ontslagvergoedingen te betalen voor hun flexpersoneel. De werkgever moet dan zogenoemde transitievergoedingen betalen op het moment dat een werknemer uit dienst treedt. Echter, deze vergoedingen worden berekend op basis van - onder meer - de duur van het dienstverband, waarbij onlangs duidelijk is geworden dat voor de hoogte van de transitievergoeding wordt teruggekeken in de keten van arbeidscontracten. Dat betekent dat de werkgever voor de transitievergoeding te maken krijgt met terugwerkende kracht. Onderbrekingen die korter dan 6 maanden hebben geduurd, worden niet meegeteld als onderbreking in de keten van arbeidscontracten. Daardoor kan een transitievergoeding nog hoger uitvallen.

Strengere eisen

Ook verwachten arbeidsrechtspecialisten dat er vanaf 1 juli ook veel strengere eisen worden gesteld aan de ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Werkgevers die van personeel af willen wegens disfunctioneren, zullen deze wens straks alleen nog met een dik dossier in vervulling zien gaan.

Reparatiewet

Werkgevers en werknemers zijn nog volop in discussie over genoemde onderwerpen. Als zij het niet eens kunnen worden, zal minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tussenbeide moeten komen. Hij heeft gezegd zich vooralsnog niet te wagen aan een reparatiewet, omdat dat veel tijd in beslag neemt.