12-10-2012 Als werkgever en werknemer over en weer voor opzegging van de arbeidsovereenkomst een termijn van langer dan één maand afspreken, verdubbelt de opzegtermijn voor de werkgever niet automatisch. Dat heeft het Gerechtshof Den Bosch onlangs bepaald.

In een zaak die was voorgelegd aan het Gerechtshof, waren werkgever en werknemer overeengekomen dat de opzegtermijn voor zowel de werkgever als voor de werknemer twee maanden bedroeg. De werknemer betoogde na zijn ontslag dat deze bepaling in strijd is met de wet en dat de werkgever daarom een opzegtermijn van vier maanden in acht had moeten nemen bij de beëindiging van het dienstverband. 

Ongeldig

Het Hof heeft dit standpunt van de werknemer niet gevolgd. Volgens het Hof is het gevolg van een voor beide partijen gelijke opzegtermijn dat de werknemer het recht heeft een dergelijke bepaling ongeldig te verklaren. En niet dat de opzegtermijn voor de werkgever automatisch het dubbele wordt van die van de werknemer. 

Als de werknemer er voor kiest de opzegtermijn ongeldig te verklaren, heeft dit slechts tot gevolg dat de wettelijke opzegtermijn geldt. Dit betekent voor de werknemer zelf één maand en voor de werkgever, afhankelijk van de duur van het dienstverband, één, twee, drie of vier maanden. 

Recht

Als de werknemer geen beroep doet op het recht de bepaling ongeldig te verklaren, dan geldt gewoon wat tussen partijen is afgesproken.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met de juridische afdeling van EVO, telefoon 079 3467 346 of e-mail.