Zoetermeer, 23 oktober 2013

Accijnsverhogingen schadelijk voor bedrijfsleven én overheid zelf

De geplande accijnsverhogingen op brandstof kosten meer dan ze opleveren. Dit stellen EVO, BOVAG, TLN en VNO-NCW vandaag in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer. De organisaties stellen dat de accijnsverhogingen zowel het bedrijfsleven als de overheid honderden miljoenen euro’s kosten.

De regeringscoalitie en oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP spraken in het Herfstakkoord af om de geplande accijnsverhoging op diesel en lpg, met respectievelijk 3 en 7 cent, door te laten gaan. EVO, BOVAG, TLN en VNO-NCW willen dat de partijen de maatregel terugdraaien.

Prijsstijging

De voorgestelde accijnsverhoging raakt zowel het bedrijfsleven als de overheid. De transportsector, het verladend bedrijfsleven en tankstations in de grensstreek worden door de accijnsverhogingen geconfronteerd met een nieuwe kostenstijging. Door de groeiende prijsverschillen is het voor tankstationondernemers inmiddels onmogelijk om te concurreren met pomphouders over de grens. Het gevolg is dat 800 tankstations in hun voortbestaan worden bedreigd. Dit is schadelijk voor de werkgelegenheid.

Miljoenen

De accijnsverhoging op diesel zorgt voor een lastenverzwaring van 230 miljoen euro in het goederenvervoer. Dit heeft negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid en het broze economische herstel in Nederland. De prijs van lpg ligt door de accijnsverhoging vanaf 1 januari 2014 in Nederland hoger dan in omringende landen. Tankstation-ondernemers in de grensstreek lopen hierdoor 560 miljoen euro per jaar aan omzet mis. Dit ‘weglekeffect’ kost de overheid jaarlijks honderden miljoenen euro’s.