08-09-2011  De groei van de bevolking, mobiliteit en werkgelegenheid gaat na jarenlange groei afvlakken. Er ontstaan steeds meer regio’s waar zowel groei als krimp mogelijk is. Dit vraagt om nieuw, flexibel beleid. Dit staat in de Ruimtelijke Verkenning 2011 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat vandaag is aangeboden aan minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.

Flexibel inzetbare instrumenten

Volgens het PBL betekent dit dat er minder grote investeringen en projecten voor de langere termijn nodig zijn. In plaats daarvan moet er worden gedacht aan flexibel inzetbare instrumenten om bijvoorbeeld pieken in mobiliteitsbehoefte op te vangen. Daarbij hoort ook goede monitoring om op tijd te kunnen handelen en bij te kunnen sturen met als doel zorgvuldig en effectief omgaan met beperkte middelen.

Maatwerk

Volgens Schultz van Haegen bevestigt de Ruimtelijk Verkenning dat een omslag nodig is, omdat het huidige ruimtelijk beleid is gebaseerd op groei. ‘Die tijden zijn voorbij. Het is tijd voor maatwerk en flexibiliteit. Wat voor de ene regio geldt, geldt niet voor de andere’, aldus de minister.

Noodzakelijke investeringen

Ook EVO kan zich daarin vinden. Het Rijk moet investeren in het oplossen van problemen waar die straks het grootst zijn. Voor de andere overheden, zoals de provincies, kan echter gelden dat zij met groei te maken hebben zonder dat ze zelf voldoende financiële middelen hebben om de noodzakelijke investeringen te doen. Het Rijk zal hen daarin financieel moeten ondersteunen, vindt EVO.