Inzet Nederlandse mariniers werpt vruchten af

Zoetermeer, 28 september 2012

Het aantal succesvolle kapingen van koopvaardijschepen rond Somalië is spectaculair afgenomen.  Met name door de betere beveiliging van schepen en gecoördineerde acties op land en op zee van verschillende overheden, waaronder de Nederlandse, is de kans op succes voor de Somalische piraten drastisch teruggelopen. Volgens verladersorganisatie EVO is dat goed nieuws voor de Nederlandse koopvaardijvloot en handel.

Statistieken

Volgens de statistieken is het aantal succesvolle kapingen, georganiseerd vanuit Somalië, teruggelopen van  47 in 2010 tot vijf dit jaar. In 2011 registreerde men nog een record aantal van 176 pogingen om schepen te kapen. Daarvan waren er 25 succesvol . Voorop staat volgens verladersorganisatie EVO dat ieder gekaapt schip er één te veel is. We moeten dus niet te vroeg juichen.  Maar het effect van het huidige beleid is duidelijk zichtbaar. De sterke daling van het aantal kapingen toont aan dat de inzet van extra marinematerieel en -personeel door onder andere Nederland,  zijn vruchten afwerpt.

Gevaar

Omdat  het gevaar van een kaping voor het schip en de bemanning in deze regio nog niet is geweken, blijft een bijdrage van de Nederlandse defensieorganisatie aan de beveiliging van de koopvaardijschepen de komende jaren van grote waarde, meent EVO. Het beschikbaar stellen van beveiligingsteams op de koopvaardijschepen door Defensie is een belangrijk afschrikmiddel tegen kapingen. Voor de structurele oplossing van het probleem is de trekkende rol, die de Nederlandse overheid heeft in de NAVO en EU anti-piraterij missies, onontbeerlijk.