06-10-2011  De Duitse tanker ‘Waldhof’, met 2400 ton zwavelzuur aan boord, is op 13 januari gekapseisd op de Rijn. Het ongeluk gebeurde vlakbij de Lorelei op de oostelijke oever van de Rijn nabij St. Goarshausen. Door sterke stromingen en een rotsachtige bodem is deze rivierbocht berucht in de binnenvaart.

Pas op 14 februari was de Rijn ter plaatse weer beschikbaar voor scheepvaart. De Rijn was toen 33 dagen gestremd, de ernstigste stremming van de Rijn in de naoorlogse geschiedenis.

Omvang en verdeling

Onderzoeks- en adviesbureau NEA heeft de economische schade onderzocht die is ontstaan door de stremming. Het onderzoek richtte zich op de omvang van de schade en de verdeling van de schade over betrokken partijen. De schade was voor de binnenvaartsector aanzienlijk. NEA heeft berekend dat schippers een schade leden van circa 14 miljoen euro.

Verladers, bevrachters en brokers

Echter, de schade is niet beperkt tot de binnenvaartondernemers alleen. Door de stremming vielen transporten uit, moesten vervoersalternatieven worden geregeld, of alternatieve - duurdere - leveranciers van goederen worden gezocht. Verladers, bevrachters en brokers leden daardoor een schade van ongeveer 26 miljoen euro.

Verzekeraars

Ook verzekeraars hadden een schadepost van zo’n 2 miljoen euro. Daarnaast zorgde de stremming ook voor een verlies van omzet of hogere kosten voor de getroffen productie-industrie, terwijl de voorraden aan de andere kant van de vervoersketen juist opliepen. Schattingen voor de schade hierdoor lopen uiteen van enige miljoenen tot enige tientallen miljoenen.

Directe schade

Dan was er ook de directe schade door het ongeval. Die bedraagt mogelijk meer dan 10 miljoen euro. Een voorzichtige schatting levert dan al snel een totaalbedrag op van 50 à 60 miljoen euro. Dit bedrag is afhankelijk van de geldende vrachtprijzen, die op zichzelf weer afhankelijk zijn van de waterstanden. Tot slot dreigt bij dergelijke langdurige stremmingen de mogelijkheid van imagoschade voor de sector.

Economische gevolgen

De onderzoeksresultaten geven beter inzicht in de economische gevolgen van soortgelijke ongevallen. De studie van NEA is daarom belangrijk voor beslissingen over maatregelen die zulke stremmingen en de gevolgen daarvan in de toekomst moeten helpen beheersen.

Opdrachtgevers onderzoek

Opdrachtgevers voor het onderzoek zijn Centraal Bureau Rijn- en Binnenvaart; Havenbedrijf Rotterdam; Internationale Afdeling Koninklijke Schuttevaer; Vereniging van Scheepsbevrachters en Logistieke dienstverleners in de Binnenvaart; Kantoor Binnenvaart; EVO en Rijkswaterstaat.