13-09-2016  Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu heeft gisteren een zogeheten Green Deal getekend met brancheorganisaties, bedrijven en onderzoeksinstituten in de binnenvaart. Doel is om instrumenten te testen op hun bruikbaarheid om aan boord van binnenvaartschepen luchtemissies te meten. Hiermee kunnen binnenvaartschepen over een aantal jaren hun eigen energieverbruik en uitstoot van schadelijke stoffen meten en daardoor zuiniger en schoner gaan varen.

Geschikte instrumenten

Schultz: “Om de binnenvaart concurrerend te houden, is verbetering van de milieuprestaties essentieel. Als we geschikte instrumenten hebben om aan boord energieverbruik en emissies te meten, kunnen we zien welke maatregelen en investeringen het effectiefst zijn en zijn we een stap dichter bij zuiniger, schoner en niet te vergeten goedkoper vervoer over water.”

Proefstandmetingen

De huidige regelgeving voor de milieuprestaties van binnenvaartschepen is gebaseerd op zogenoemde ‘proefstandmetingen’. Daaraan ontlenen scheepsmotoren hun typegoedkeuring. Proefstandmetingen worden verricht voordat de motoren op de markt komen en zeggen dus weinig over de emissiewaarden in de praktijk.

Het aan boord meten van de feitelijke uitstoot kan schippers aanzetten tot ander vaargedrag en tot investeringen in duurzamere motoren of nabehandelingstechnieken, zoals filters.

Internationale regelgeving

Uitkomsten van de Green Deal kunnen hun doorwerking hebben naar internationale regelgeving voor de binnenvaart. Uiterlijk eind 2018 moet de Green Deal resulteren in een gedeelde visie over de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de onderzochte meetsystemen.

Ondertekenaars

Ondertekenaars van de Green Deal zijn behalve minister Schultz: minister Kamp van Economische Zaken, Havenbedrijf Rotterdam, EVO, Koninklijke BLN-Schuttevaer, Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart, MARIN, Blueco Benelux BV , Vereniging voor Importeurs van Verbrandingsmotoren, Stichting Green Award, STC-Nestra, TNO, SGS Nederland BV, ECN, Expertise en InnovatieCentrum Binnenvaart en Stichting Maritime Monitoring Institute.