17-06-2011  De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bij overschrijding van de redelijke termijn van de uitspraak in een belastinggeschil, ‘spanning en frustratie’ in aanmerking komen als gronden voor vergoeding. Door deze uitspraak wordt duidelijk dat belastingplichtigen recht kunnen hebben op vergoeding van immateriële schade wanneer afbreuk is gedaan aan het rechtszekerheidbeginsel.

Enkele jaren geleden heeft de Hoge Raad al bepaald dat de rechtbank de redelijke termijn heeft overschreden, wanneer zij niet beslist binnen twee jaar nadat de termijn van start is gegaan. En dat is het moment dat het bezwaarschrift door de inspecteur of heffingsambtenaar wordt ontvangen.

Het hof en de Hoge Raad zijn beide tot de conclusie gekomen dat er uitspraak moet worden gedaan binnen twee jaar nadat hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld.

De hoogte van de schadevergoeding is gesteld op een tarief van 500 euro per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden. Het totaal van de overschrijding wordt naar boven afgerond.

Het kan voorkomen dat het geschil gaat over zowel een belastingaanslag als een daarmee gepaard gaande boete. In dat geval kan een belastingplichtige aanspraak maken op vergoeding van immateriële schade, maar ook op vermindering van de boete vanwege het overschrijden van de redelijke termijn.