evofenedex wil veilige en werkbare regels voor spoorvervoer gevaarlijke stoffen

Leestijd 5 minuten

14-07-2020  Ook in 2019 is in heel Nederland langs de aangewezen hoofdroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (Basisnet) weer aan het basisbeschermingsniveau voldaan. Dit meldt staatssecretaris Van Veldhoven aan de Tweede Kamer in haar jaarlijkse verslag over de werking van Basisnet. Wel zijn voor de routes over het spoor opnieuw de zogenaamde risicoplafonds overschreden. Bij weg en water is dit niet het geval. Om de overschrijdingen structureel op te lossen, is het programma Robuust Basisnet in gang gezet, waaraan ook evofenedex bijdraagt. Volgens evofenedex is een robuust Basisnet-spoor veilig, flexibel en in balans met de leefomgeving langs het net.

evofenedex steunt de ambitie van staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om een einde te maken aan de herhaaldelijke overschrijdingen van de risicoplafonds op het spoor. Een belangrijk onderdeel van de oplossing is volgens ons dat deze plafonds niet langer gebruikt worden om er goederenstromen mee te sturen, maar voortaan alleen nog als indicatie van de veiligheid op het spoor dienen.

Op sommige trajecten zijn de risicoplafonds lager ingesteld dan uit veiligheidsoverwegingen nodig is, bijvoorbeeld om treinverkeer naar de Betuweroute te leiden. Deze is geheel voor goederenvervoer ingericht en heeft dus de voorkeur. In de praktijk werkt dit sturingsmechanisme echter niet voldoende, zoals ook Van Veldhoven in haar brief aangeeft. Door de aanleg van een aansluitende route in Duitsland (het ‘derde spoor’) was de Betuweroute in 2019 aanzienlijk minder vaak inzetbaar en moesten treinen vaker uitwijken naar andere trajecten met lagere plafonds. Dit heeft tot overschrijdingen geleid die los stonden van de veiligheidssituatie. evofenedex pleit daarom voor heldere en begrijpelijke risicoplafonds, die alleen op veiligheid zijn gebaseerd.

Prognoses

Ten opzichte van 2018 zijn de overschrijdingen van de risicoplafonds zowel in aantal als mate toegenomen. De eerder genoemde werkzaamheden aan het derde spoor zijn niet de enige verklaring. Ook de groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen (9 procent) over het spoor speelt mee. Het huidige Basisnet is afgesteld op vervoersprognoses uit 2007, die al snel achterhaald bleken. De staatssecretaris noemt dit terecht als een van de oorzaken van de jaarlijkse overschrijdingen. De meest recente cijfers dateren uit 2018 en kijken vooruit naar 2028. Dit jaar zouden nieuwe prognoses gemaakt moeten worden voor 2030. Van Veldhoven spreekt de voorkeur uit dit pas in 2023 te doen, zodat er een beter beeld is van hoe de energietransitie doorwerkt op het vervoer van gevaarlijke stoffen. evofenedex onderschrijft dat dit noodzakelijk is om tot houdbare vervoersprognoses te komen, maar constateert ook dat de eerste verschuivingen in het goederenvervoer door de energietransitie al zichtbaar zijn.

Modal shift

De energietransitie is bovendien niet de enige onzekere factor in de vervoersprognoses, ook de steeds frequentere en langdurigere laagwaterstanden in de binnenvaart zijn dat. Dit betekent dat het vervoer over binnenwater vaker en langer uit zal moeten wijken naar spoor. Dit terwijl de staatssecretaris het spoor juist een beetje hoopt te ontlasten door een verschuiving (‘modal shift’) van spoor naar binnenvaart te stimuleren. Los van praktische beperkingen als de bereikbaarheid van bedrijven via binnenwateren, maken laagwaterstanden het succes van dit voornemen onzeker. Deze onzekerheid geldt vanzelfsprekend niet voor de modal shift naar buisleidingen, die Van Veldhoven ook in haar brief noemt, en die voor specifieke goederenstromen plaatselijk een oplossing kan zijn.

Flexibel

evofenedex ziet als enige oplossing voor de onzekerheid in vervoersprognoses om zoveel mogelijk flexibiliteit in het Basisnet in te bouwen. Deze kan bijvoorbeeld nog sterk verbeterd worden door toevoerlijnen naar de Betuweroute te optimaliseren voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Sommige trajecten zijn nog niet voorzien van een bovenleiding en bovendien komen in Nederland nog te veel verschillende veiligheidssystemen voor locomotieven voor. Hierdoor is in de praktijk de meest optimale route niet altijd beschikbaar. Als deze technische knelpunten zijn weggenomen, zal Basisnet aanmerkelijk flexibeler inzetbaar zijn.

Balans

Terecht besteedt staatssecretaris Van Veldhoven in haar brief ook aandacht aan de leefbaarheid langs het spoor. Voor omwonenden kan overlast van geluid en trillingen uiterst hinderlijk zijn. In Woondeals en het Toekomstbeeld OV 2040 zijn plannen gemaakt voor meer woningen, juist rond ov-knooppunten. Een Robuust Basisnet spoor betekent ook een gezonde balans tussen leefbaarheid, de ruimtelijke ontwikkelingen en het spoorgoederenvervoer. Dat is, in de woorden van de staatssecretaris, inderdaad een ‘complexe puzzel’. Momenteel worden de ruimtelijke plannen tot 2028 van 131 gemeenten in de nabijheid van het spoor in kaart gebracht, zodat hier rekening mee kan worden gehouden. Op de korte termijn biedt dit een oplossing, vindt evofenedex, maar op de lange termijn helpt slechts één remedie en dat is flink investeren in nieuw spoor dat het verkeer rond stedelijke centra leidt. Een oplossing die Nederland voor het wegvervoer eigenlijk niet anders gewend is.

Programma Robuust Basisnet spoor

Voor het programma Robuust Basisnet spoor, dat momenteel nog loopt, neemt evofenedex deel aan ruim tien sessies met overheid, vervoerders, producenten en infrabeheerders. Hier komen inzichten en adviezen uit voort die dit najaar uit moeten monden in een advies aan de Tweede Kamer voor een robuust Basisnet.

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder