22-08-2016  De bouw van de nieuwe Sluis in Terneuzen gaat door, maar zonder blijvende voorziening voor het spuien. Dat blijkt uit de uitspraak van de Raad van State naar aanleiding van het beroep dat gezamenlijk door Koninklijke BLN-Schuttevaer en EVO  is ingediend.

Uit berekeningen blijkt volgens de Raad dat de wachttijden voor de schepen zullen meevallen en er wordt gestreefd naar een betere verdeling tussen het schutten en het waterbeheer. Ondanks door EVO en Koninklijke BLN-Schuttevaer aangevoerde documentatie - waaronder ook argumenten van het havenbedrijfsleven die via leden van PORTIZ zijn aangevoerd - stelt de Raad van State vast dat voldoende is aangetoond dat een apart spuikanaal overbodig is. Dit tot teleurstelling van EVO en Koninklijke BLN-Schuttevaer.

Aanbesteding

Komend jaar staat in het teken van de aanbesteding. Koninklijke BLN-Schuttevaer regio Zeeland en afdeling Terneuzen zijn betrokken bij de dialoog met de aannemers. Vanaf de start van het project Nieuwe Sluis Terneuzen zijn zij in gesprek met de projectorganisatie en zullen dit het hele traject blijven. Naar verwachting is de aannemer in het najaar van 2017 bekend en kan dan de bouw definitief beginnen. De bouw neemt zo’n vijf jaar in beslag, waardoor de eerste schepen waarschijnlijk in 2022 door de nieuwe sluis kunnen varen. Het hele project kost ruim 900 miljoen euro en wordt in samenwerking met België gerealiseerd.