05-08-2011  Een werknemer treedt in dienst als sociaal pedagogisch medewerker B. Voor deze functie is volgens de vacature en de cao Jeugdzorg een mbo-diploma vereist. De werknemer heeft in zijn sollicitatiebrief en -gesprek niet gemeld dat hij het vereiste mbo-diploma niet heeft.

Na de aanstelling per 1 mei 2007 verzoekt de werkgever meerdere malen zonder succes via brief en e-mail om een kopie van het diploma in te leveren. De werknemer functioneert naar behoren en het diploma komt in functioneringsgesprekken niet meer aan de orde.

Dit totdat werkgever eind 2010 een samenwerkingsverband met een externe instelling aangaat. In het kader van deze samenwerking is een mbo-diploma voor werknemers een minimumvereiste. De werkgever doet op 22 maart 2011 het dringende verzoek aan de werknemer om een kopie van het diploma te verstrekken waarna de werknemer uiteindelijk bekent dat hij het mbo-diploma niet heeft.

Op 4 april 2011 is de werknemer per brief op non-actief gesteld met als reden een vertrouwensbreuk tussen partijen. De werkgever verzoekt de kantonrechter om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. De omstandigheden geven volgens de werkgever geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding.

Zowel het ontbreken als het verzwijgen van het, door de werkgever uitdrukkelijk vereiste, diploma liggen ten grondslag aan het verzoek. De werknemer beweert aangenomen te zijn op grond van zijn ervaring en capaciteiten en is van mening dat het diploma geen harde functie-eis is. Daarnaast heeft de werknemer kenbaar gemaakt het gewenste niveau te willen behalen via het volgen van een studie.

De kantonrechter is van mening dat er door de voortdurende verzwijging van het ontbreken van het diploma een ernstige en onherstelbare beschadiging van de vertrouwensrelatie is ontstaan.

Wel verwijt hij de werkgever te goed van vertrouwen te zijn geweest, omdat hij geen concrete stappen heeft genomen toen een kopie van het diploma uitbleef. Daarnaast heeft onvoldoende referentieonderzoek bij de selectie plaatsgevonden.

De kantonrechter ontbindt hierop de arbeidsovereenkomst en kent de werknemer een vergoeding toe van 5500 euro.

Bron: Kantonrechter Zwolle, 17 juni 2011, LJN: BQ9495