Zoetermeer, 27 april 2012

Verladers en vervoerders flink getroffen door kostenverhogingen

Verladersorganisatie EVO en Transport en Logistiek Nederland (TLN) spreken hun waardering uit voor de snelheid waarmee het kabinet samen met de Tweede Kamer tot een begrotingsakkoord is gekomen voor het jaar 2013. Volgens TLN en EVO ontkomt niemand aan de pijnlijke bezuinigingen. Dat geldt helaas ook voor verladers en vervoerders door de verhoging van het Eurovignet, afschaffing van het belastingvoordeel op rode diesel en mogelijke bezuinigingen op het onderhoud en aanleg infrastructuur. Dit is zorgelijk, omdat de leden van de belangenorganisaties al buitengewoon hard worden getroffen door de economische recessie. 

De afgelopen jaren zijn verladers en vervoerders hard getroffen door de economische crisis en stijging van de brandstofprijzen. Verhoging van het Eurovignettarief komt dan extra hard aan. Bovendien is deze verhoging opmerkelijk, omdat het kabinet van plan was om het Eurovignet af te schaffen. Daarnaast is ook de geplande afschaffing van het belastingvoordeel op rode diesel een pittige aderlating. Met name ondernemers in het koelvervoer en het interne transport met heftrucks kunnen hierdoor nog een kostenverhoging tegemoet zien. EVO en TLN vinden de maatregelen bovendien vreemd omdat het kabinet de sector Transport en Logistiek als een van de topsectoren voor economische groei had aangemerkt.

Niet korten op onderhoud en aanleg infrastructuur

In het Catshuispakket was al sprake van een bezuiniging van 200 miljoen euro op het infrastructuurfonds in 2013 en een bevriezing van dat fonds in de twee daarop volgende jaren. TLN en EVO vrezen dat deze maatregel ook in de begroting voor 2013 wordt doorgezet. Bezuinigen op aanleg en onderhoud van infrastructuur is bijzonder onverstandig. Investeren in goede bereikbaarheid is volgens EVO en TLN een van de basisvoorwaarden voor een goed ondernemersklimaat en langdurige economische groei. Mochten de bezuinigingen onverhoopt doorgaan, willen TLN en EVO dat er niet gekort wordt op onderhoud en dat nieuwe infrastructuurprojecten wel doorgaan, desnoods in een meer gefaseerde uitvoering en in meer sobere varianten.