11-08-2011  Transportbedrijf Nico Mooij uit Milsbeek moet Poolse uitzendkrachten die hij inzet voor de uitvoering van zijn transportopdrachten betalen volgens de cao voor het beroepsgoederenvervoer. Dat volgt uit de uitspraak van de kantonrechter Roermond in een procedure die FNV had aangespannen tegen het bedrijf.

Bij transportondernemingen die internationaal vervoer verrichten, werken veel chauffeurs uit landen als Polen, Litouwen en Hongarije. De bedrijven gebruiken daarvoor verschillende constructies. Nico Mooij had een uitzendbureau in Polen opgericht van waaruit 25 chauffeurs werden ingezet. Deze chauffeurs kregen volgens Poolse arbeidvoorwaarden veel minder betaald dan volgens de in Nederlandse cao voor het beroepsgoederenvervoer.

Volgens Mooij is niet hij, maar zijn Poolse uitzendbureau de formele werkgever van de chauffeurs. Omdat het werk internationaal wordt verricht, moet volgens het verdrag van Rome voor de beloning aansluiting worden gezocht bij het land waar werkgever is gevestigd en de chauffeurs wonen.

De kantonrechter ging echter uit van een eind 2009 door de EU vastgestelde verordening, die kijkt naar het land van waaruit de activiteiten worden aangestuurd. In het geval van Nico Mooij vond planning en aansturing van de chauffeurs plaats vanuit het Nederlandse Milsbeek en daarom werd dit bedrijf als de ‘echte’ (materiële) werkgever gezien.

Het transportbedrijf moet van de kantonrechter - ook - voor zijn Poolse chauffeurs de cao beroepvervoer toepassen, voor zolang deze algemeen verbindend is verklaard voor elk bedrijf in deze sector.

De FNV rekent zich volgens EVO rijk met deze belangrijke uitspraak, omdat er veel meer transporteurs zijn die via een uitzendbureau Poolse chauffeurs werven. Ook in andere sectoren maken bedrijven gebruik van een dergelijke constructie, zoals de tuinbouw en de bouw. Enige terughoudendheid lijkt op zijn plaats.

Het is nog onduidelijk of Mooij in hoger beroep gaat tegen deze uitspraak, of dat hij ervoor kiest om een transportbedrijf in Polen op te richten, om van daaruit zijn (Nederlandse) klanten te bedienen. Omdat de loonkosten nu eenmaal een belangrijk onderdeel zijn van het vrachttarief, blijven bedrijven bij verschil in beloning zoeken naar wegen om binnen de Europese Unie te kunnen blijven concurreren. Of de leden van FNV nu geholpen zijn met deze uitspraak, moet nog blijken.