05-06-2013  Rederijen grijpen de overcapaciteit in de containerlijnvaart aan om, in plaats van ‘slow steaming’, aan ‘super slow steaming’ te doen. EVO vindt dat de belangen van verladers hierbij volstrekt worden genegeerd.

Trucs

Al enige jaren kampt de containerlijnvaart met een enorme overcapaciteit, grotendeels veroorzaakt door de aanhoudende bouw van nieuwe, grotere schepen. Rederijen houden de overcapaciteit op deze manier zelf in stand.
Om de overcapaciteit te bestrijden halen rederijen allerlei trucs uit om de vervoersprijzen per container op te drijven – bijvoorbeeld door langzamer te varen (‘slow steaming’).

Super slow steaming

Omdat de overcapaciteit toch aanhoudt, nemen rederijen extra maatregelen. Uit recent onderzoek van onderzoeksbureau Drewry blijkt dat rederijen nu overgaan tot ‘super slow steaming’. Door nog langzamer te varen kunnen rederijen meer brandstofkosten besparen en meer schepen inzetten op dezelfde lijndienst.

EVO benadrukt dat nog langere doorvoertijden verladers wel eens kunnen gaan bewegen over te stappen op alternatieven, zoals spoor- of luchtvervoer.

Vaartijd

Door ‘super slow steaming’ neemt de vaartijd substantieel toe. De vaartijd van Rotterdam naar Shanghai bedraagt, mede dankzij ‘slow steaming’, inmiddels ongeveer 38 dagen. Door ‘super slow steaming’ zal de vaartijd met nog eens vijf dagen toenemen, met als gevolg dat de kosten voor verladers verder stijgen.

Onderhandelingen

EVO vindt dat containerlijnvaartrederijen over dit onderwerp in gesprek moeten treden met verladers en expediteurs, bij voorkeur tijdens contractonderhandelingen.