22 november 2012

EVO-directeur benadrukt tijdens FENEX-diner de belangrijke rol van de expediteur

Tijdens het tweejaarlijkse diner van FENEX (brancheorganisatie van expediteurs en logistieke dienstverleners) op donderdagavond 22 november heeft de Algemeen Directeur van EVO, Machiel van der Kuijl, namens de verladers aandacht gevraagd voor een aantal ergernissen van verladers over de vervoersketen. Specifiek vroeg hij aandacht voor de rol die expediteurs moeten spelen bij het wegnemen ervan. Hij baseerde zich daarbij op onderzoek van de verladersorganisatie onder haar leden. Daaruit blijkt dat zij ‘niet geheel tevreden zijn’ over een aantal zaken in de logistieke keten. Volgens de EVO-directeur zijn er drie belangrijke ergernissen van de klanten: het gebrek aan transparantie en innovatie en de belemmeringen die er nog altijd zijn in de goederenstroom. Hij riep de FENEX-achterban op hiervan, ook samen met verladers, werk te maken. Tot slot prees Van der Kuijl de goede samenwerking tussen FENEX en zijn eigen organisatie.

Transparantie en innovatie

Volgens Machiel van der Kuijl worden belangrijke stappen voorwaarts gezet als transparantie wordt vergroot. Hij refereerde daarbij aan de fluctuerende brandstofprijzen. ‘Verladers zien dat brandstoftoeslagen wel stijgen als de brandstofprijs stijgt, maar vervolgens nauwelijks dalen als de prijs van brandstof zakt’, aldus de EVO-directeur. ‘Meestrijden, schouder aan schouder, met de verlader tegen deze in-transparantie is iets wat expediteurs nu, naar mijn mening, te weinig doen. Het wordt gezien als een gegeven, niet als een te beïnvloeden situatie.’ Ook ligt er volgens Van der Kuijl een taak voor expediteurs om de geringe innovatie van de zijde van de Europese overheid te compenseren.  ‘Waarom investeert de sector niet meer in uniforme systemen en procedures? Waarom worden gegevens bij elke schakel in de keten opnieuw in een computer ingevoerd en waarom moet dat toch veel tijd en geld kosten?’, zo vroeg hij zich in zijn dinerspeech hardop af.

Meer samenwerking

De dialoog met EVO en FENEX heeft ervoor gezorgd dat het toezicht door de overheid, bijvoorbeeld douanecontroles, meer op samenwerking met het bedrijfsleven gericht is, zo stelde Machiel van der Kuijl. Volgens hem is dat belangrijk, omdat groei van de goederenstroom en de toenemende complexiteit van controletaken niet mag leiden tot vertraging in de vervoersketen. Maar Van der Kuijl had ook nog wensen: ‘Investeringen in bijvoorbeeld de AEO-certificering kosten een bedrijf veel tijd en geld. Dit geld moet wel terugverdiend worden. Dat kan door een meer aantrekkelijke en betrouwbare partner te worden.’  Als verladers en expediteurs dat samen invullen, kunnen ze er samen voor zorgen dat fysieke controles door de overheid tot een minimum worden beperkt. ‘Dat scheelt geld en tijd’, aldus de Algemeen Directeur van EVO.

FENEX en EVO

Volgens de EVO-directeur is de relatie tussen FENEX en zijn eigen organisatie goed. Als voorbeeld van goede samenwerking tussen FENEX en EVO verwees Van der Kuijl naar de rol die zij spelen bij de totstandkoming van het Neutraal Logistiek Informatie Platform (NLIP). Deze actielijn in het kader van de Topsector Logistiek heeft als doel informatie in de goederenstroom beter beschikbaar en efficiënter bruikbaar te maken voor overheid en marktpartijen. ‘Wel vanuit de uitgangspunten dat het leveren aan de overheid gratis moet blijven en dat het NLIP niet mag leiden tot monopolisten’, zo stelde hij.  Van der Kuijl plaatste ook een kritische noot ten aanzien van de samenwerking. Volgens hem hebben logistieke dienstverleners wel eens de neiging de wereld vanuit het eigen perspectief te zien. Hij betrok dit ook op de expediteurs en FENEX. ‘De makelaar en ook zijn vertegenwoordiger moet de blik richten op de klant en niet eenzijdig op één groep van aanbieders van diensten. De gebruiker van logistieke diensten, de verlader, wil de expediteur blijven percipiëren als aankoopmakelaar en niet als verkoopmakelaar’, zo prikkelde hij de aanwezigen.