12-03-2014  EVO en de Belgische verladersorganisatie OTM roepen hun ministers van Infrastructuur en Milieu op om net als hun collega’s uit Canada, Denemarken, Duitsland, Japan en de Verenigde Staten vast te houden aan de invoering van een stikstofzone op de Noordzee per 2016. Rusland wil de invoering uitstellen tot 2021.

Uitstoot stikstof terugdringen

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) praat van 31 maart tot en met 4 april in Londen over de invoering van zo’n zone, die de uitstoot van stikstof door zeeschepen op de Noordzee en wereldwijd terug moet dringen.

Duurzaam

Volgens EVO en OTM is de stikstofzone een effectieve en efficiënte manier om het internationale goederenvervoer te verduurzamen. De strengere eisen voor de uitstoot van stikstof gelden namelijk alleen voor nieuwe schepen, waardoor de hogere ontwerpkosten over een langere scheepslevensduur worden verspreid. Dit levert de scheepvaart een zeer beperkte jaarlijkse kostenstijging op, die rederijen veelal doorbelasten aan verladers.

Gelijk speelveld

Vanaf 2016 geldt langs de Amerikaanse en Canadese kust al een stikstofzone, waardoor schepen die havens in deze landen aandoen al aan strengere milieueisen moeten voldoen. EVO en OTM willen een mondiaal gelijk speelveld.

Uitstel onnodig

Uitstel van de invoering tot 2021, zoals Rusland wil, is volgens de organisaties daarom onnodig. Ook in Denemarken en Duitsland gaan stemmen op voor een vroege invoering. De landen dienden daarom een voorstel bij de IMO in om de stikstofzone gewoon per 2016 in te voeren.