Brussel, 16 juli 2014

EVO en Fenedex: administratieve lasten remmen economische groei

De extra veiligheidsmaatregelen die sinds 11 september 2001 zijn genomen, zijn inmiddels zo complex dat het middel erger lijkt dan de kwaal. Volgens verladersorganisatie EVO en exportvereniging Fenedex vraagt het nieuwe vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten daarom om slimmere veiligheidsmaatregelen.

EVO en Fenedex stellen dat de administratieve lasten die de huidige veiligheidsmaatregelen veroorzaken niet alleen een ongehinderde goederenstroom in de weg staan, maar ook de economische groei remmen. De organisaties stelden dit vandaag tijdens een overleg over het vrijhandelsverdrag in Brussel samen met de European Shippers’ Council (ESC), de Europese koepelorganisatie voor verladers.

Barrières

De administratieve lasten (non- tarifaire handelsbarrières) die de veiligheid van het internationale goederenvervoer waarborgen, veranderen volgens EVO en Fenedex bijna dagelijks. Zo moeten bedrijven iedere klant controleren op aanwezigheid op de ‘zwarte lijst’ en moeten zij controleren of de klant voldoet aan een veelheid van vergunningseisen. Aan al deze veiligheidsmaatregelen zijn bedrijven al snel 40.000 euro per jaar kwijt. Ieder internationaal opererend bedrijf heeft potentieel met deze veiligheidsmaatregelen te maken. EVO en Fenedex pleiten daarom voor internationaal afgestemde regelgeving in het Europees-Amerikaans handelsverdrag. De eisen voor bedrijven moeten proportioneel zijn ten opzichte van het mogelijke risico.

Economie

Volgens een onderzoek van de Wereldbank zou wegnemen van non-tarifaire handelsbarrières (administratieve lasten) handelsstromen met 15 procent doen stijgen. Voor ons land, dat 30 procent van het nationaal inkomen aan handel dankt, een potentiële opsteker.  Iedere keer dat een zending door een nieuwe controle vertraging oploopt, leidt dat volgens EVO en Fenedex namelijk tot hoge kosten voor het bedrijfsleven – kosten die uiteindelijk vaak door de consument worden betaald.