11-12-2013  Mensen die op of na 1 januari 2016 in aanmerking komen voor een WW-uitkering, hebben hier minder lang recht op dan nu het geval is. Dit volgt uit het wetsvoorstel Werk en zekerheid dat onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het wetsvoorstel is gebaseerd op de afspraken die eerder zijn gemaakt in het sociaal akkoord.

Overgangsstelsel

Er geldt wel een overgangsstelsel wat betekent dat de maximale duur van de WW-uitkering vanaf 1 januari 2016 met een maand per kwartaal wordt afgebouwd tot deze voor iedereen in het tweede kwartaal van 2019 maximaal 24 maanden bedraagt. WW-gerechtigden die vóór 1 januari 2016 zijn ingestroomd in de WW, houden wel recht op een WW-uitkering van maximaal 38 maanden.

Urenverrekening

De berekening van de hoogte van de uitkering als een WW-gerechtigde deels gaat werken, verandert ook. Nu geldt voor de WW een systematiek van urenverrekening, waarbij het aantal uren dat iemand werkt in mindering wordt gebracht op de uitkering. Straks komt er een systeem van inkomensverrekening, waarbij een deel van de inkomsten in mindering wordt gebracht van de uitkering en een deel niet. Hierdoor is het voor een WW-gerechtigde straks altijd voordelig om (gedeeltelijk) te gaan werken.

Passende arbeid

Om mensen te activeren om snel weer aan het werk te gaan, wordt vanaf 1 juli 2015 het criterium ‘passende arbeid’ aangepast. WW-gerechtigden moeten straks na een half jaar al alle arbeid als passend beschouwen. Zij moeten dus ook werk op een lager niveau accepteren, of tegen een lager salaris dat niet in verhouding staat tot hun vorige baan. Op dit moment hoeft een WW-gerechtigde pas na een jaar alle arbeid als passend te beschouwen. De aanpassing van het criterium passende arbeid geldt straks zowel voor de Werkloosheidswet (WW) als de Ziektewet (ZW).