“Zowel in stadscentra en op bedrijventerreinen, als langs rijks- en provinciale wegen ligt een grote opgave”

Leestijd 3 minuten

9-4-2021  Door de elektrificatie van het goederenvervoer neemt de druk op het elektriciteitsnet de komende jaren enorm toe. Om ervoor te zorgen dat het elektriciteitsnet genoeg capaciteit heeft om in 2030 bijna 300.000 elektrische voertuigen voor goederenvervoer op te kunnen laden, gaan Transport en Logistiek Nederland, evofenedex, ElaadNL en Netbeheer Nederland de toekomstige elektriciteitsvraag in kaart brengen.

In het klimaatakkoord is afgesproken dat 30 tot 40 Nederlandse steden vanaf 2030 uitsluitend emissievrij bevoorraad worden. Om dit te realiseren verwacht ElaadNL dat er ongeveer 16.000 elektrische trucks én 267.000 elektrische bestelvoertuigen nodig zijn. Het huidige elektriciteitsnetwerk is echter niet sterk genoeg om al die elektrische voertuigen snel op te kunnen laden. Gisteren ondertekenden Transport en Logistiek Nederland (TLN), evofenedex, ElaadNL en Netbeheer Nederland een convenant, waarmee de samenwerkende partijen op korte termijn de toekomstige vermogensbehoefte in kaart willen brengen, zodat snel duidelijk wordt waar eventuele knelpunten of tekorten in het elektriciteitsnet ontstaan.

Planmatige uitrol

Dick Weiffenbach, directeur van Netbeheer Nederland: “Een landelijk dekkend netwerk van laadpalen komt het beste tot stand door effectieve samenwerking tussen alle partijen: als de overheid samen met marktpartijen en netbeheerders een gefaseerd uitrolplan maakt. Zo kunnen de schaarse technici ingezet worden op plekken waar de behoefte het grootst is en wordt bovendien rekening gehouden met de capaciteit van het elektriciteitsnet. De mobiliteitsvisies van gemeenten moeten daarom geïntegreerd worden in de regionale energiestrategieën met bijzondere aandacht voor een proactieve aanpak van netcapaciteit op bedrijventerreinen en een basisnetwerk voor zware voertuigen.”

Grote opgave bedrijventerreinen

“De opgave van de energietransitie, waar mobiliteit een onderdeel van is, is voor deze sector dus enorm”, vertelt Onoph Caron, directeur van ElaadNL. “We zien in de toekomst een grote vraag naar elektriciteit ontstaan op de bedrijventerreinen waar logistieke partijen zijn gevestigd. Tegelijkertijd zien we ook dat het huidige energienet die vraag niet aankan. Om in 2025 toch te kunnen blijven rijden, is het dus zaak dat transportondernemers én netbeheerders tijdig met elkaar het gesprek aangaan om op tijd voldoende capaciteit te hebben.”

Probleemloos opladen

Het opschalen van de netcapaciteit kan volgens TLN-voorzitter Elisabeth Post jaren duren. “Dat is voor transportondernemers onwerkbaar: die gaan pas investeren in elektrische vrachtauto’s als zij de zekerheid hebben dat ze hun vrachtauto’s in de toekomst probleemloos kunnen opladen. Daarom is het van cruciaal belang dat vervoerders zo snel mogelijk de garantie hebben dat er straks genoeg elektriciteit beschikbaar is. Door de toekomstige energievraag en mogelijke knelpunten in kaart te brengen zetten we een belangrijke eerste stap richting dat doel.”

Op de goede plek

Machiel van der Kuijl, algemeen directeur van evofenedex: “Voor verschillende vormen van stedelijke distributie kan worden volstaan met het opladen van elektrische voertuigen bij de ondernemer op het eigen terrein of semipubliek op het bedrijventerrein. Een deel van alle voertuigen die voor stedelijke distributie worden ingezet, zal ook gebruik moeten maken van publieke laadvoorzieningen. Voor het goederenvervoer over langere afstanden is de mogelijkheid voertuigen in openbare voorzieningen (waterstof)elektrisch te kunnen opladen/tanken randvoorwaardelijk. Kortom, zowel in stadscentra en op bedrijventerreinen, als langs rijks- en provinciale wegen ligt een grote opgave. Daarom zullen zowel de overheid als de netbeheerders en het bedrijfsleven met elkaar in gesprek moeten gaan.”

De komende jaren gaan de partijen intensief samenwerken en vertegenwoordigen hierbij een brede marktgroep. Zo wordt er gezocht naar de beste manier om de energietransitie in de logistieke keten met elkaar te realiseren.