In sectie 5.4.1 van het ADR staat dat tijdens het vervoer een vervoerdocument aanwezig moet zijn met informatie over de lading. Er is niet voorgeschreven wat als vervoerdocument moet worden gebruikt. Dit kan een vrachtbrief zijn of een pakbon.

Voor elke gevaarlijke stof moet in onderstaande volgorde de ADR-stofomschrijving worden gegeven:

  1. UN-nummer, voorafgegaan door de letters ‘UN’
  2. ADR-transportnaam, aangevuld met de technische benaming als dit volgens een bijzondere bepaling (bijvoorbeeld bijzondere bepaling 274 voor n.e.g. posities) is voorgeschreven
  3. nummer van het gevaarsetiket
  4. nummer van het bijkomend gevaarsetiket tussen haakjes (indien van toepassing)
  5. verpakkingsgroep (indien van toepassing)
  6. tunnelcode tussen haakjes (tenzij bekend is dat niet door een tunnel wordt gereden)

Als er geen gevaarsetiket is voorgeschreven, dan moet het nummer van de gevarenklasse zijn vermeld.

Voorbeelden van een juiste ADR-stofomschrijving:

  • UN1993 brandbare vloeistof, n.e.g. (Isopropylglycol), 3, III (D/E)
  • UN1098 Allylalcohol, 6.1(3), I (C/D)

Verder moet voor elke stof met een ander UN-nummer of verpakkingsgroep worden vermeld:

  • het aantal en een omschrijving van de verpakkingen
  • de hoeveelheid in volume, bruto- of nettomassa
  • de naam en het adres van afzender en ontvanger(s)

Als er sprake is van meer ontvangers, die bij aanvang van het transport niet bekend zijn, mag de tekst 'Leveringsverkoop' op het vervoerdocument zijn vermeld.

Bij het grensoverschrijdend vervoer moet de informatie in het vervoerdocument zijn opgesteld in de taal van het land van afzending en, als deze niet het Engels, Frans of Duits is, ook in het Engels, Frans of Duits.

Aanvullende informatie

Soms is aanvullende informatie in het vervoerdocument nodig. Dit is het geval bij het vervoer van onder andere:

  • milieugevaarlijke stoffen
  • vervoer onder de vrijstellingsregeling van ADR 1.1.3.6
  • afvalstoffen (voor zover deze onder de ADR-bepalingen vallen)
  • radioactieve stoffen van klasse 7
  • gegaste laadeenheden
  • koel- of conditioneringsmiddelen
  • infectueuze stoffen van klasse 6.2
  • explosieve stoffen van klasse 1
  • los gestorte stoffen in een bulkcontainer

Leeg, ongereinigd vervoer

Bij het vervoer van lege, ongereinigde verpakkingen, IBC's en houders moet op het vervoerdocument staan: Lege ........, gevolgd door het nummer van het gevaarsetiket en eventueel bijkomend gevaarsetiket tussen haakjes.

Voorbeeld: ‘Lege IBC, 3(6.1)’.

Bij het vervoer van lege ongereinigde tanks, tankwagens, bulkvoertuigen en (tank)containers wordt op het vervoerdocument vermeld: Lege ......, gevolgd door de woorden 'laatste lading' en de volledige ADR-stofomschrijving.

Voorbeeld: ‘Lege tankwagen, laatste lading UN1814 Kaliumhydroxide, oplossing, 8, II (E)’.

 

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder