Vervoer van huishoudelijk gevaarlijk afval 2015

Deze regeling is in de plaats gekomen van de Regeling vervoer huishoudelijk gevaarlijk afval 2004.
Onder huishoudelijk gevaarlijk afval vallen stoffen en voorwerpen, die als afvalstoffen vrijkomen uit huishoudens of in kleine hoeveelheden (maximaal 60 liter) vrijkomen uit bedrijven:

  • restanten van consumentenvuurwerk
  • spuitbussen van de klasse 2, UN1950
  • brandblusapparaten van de klasse 2, UN1044
  • stoffen of voorwerpen van de klasse 3, 6.1 of 8
  • afgeknipte capillairen, bloedbuizen en soortgelijke scherpe voorwerpen van de klasse 6.2
  • batterijen van de klasse 9

Voorschriften tijdens het vervoer

Het inzamelen van huishoudelijk gevaarlijk afval gebeurt volgens een vooraf bepaalde route, die eindigt bij het depot. Het vervoer moet plaatsvinden in een zgn. chemokar, door of in opdracht van een verantwoordelijke gemeente, waarbij een aantal voorschriften uit de VLG (regeling Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen) en specifieke voorschriften voor het huishoudelijk afval van toepassing zijn

  • ADR-vakbekwaamheidscertificaat voor de begeleider(s)
  • Gerichte opleiding voor de begeleider(s) (het op een veilige manier inzamelen, indelen in klassen en vervoeren van huishoudelijk gevaarlijk afval en bewustwording van veilige handelings- en noodprocedures)
  • Oranje kenmerkingsborden voor en achter op het voertuig
  • Brandblusmiddelen volgens VLG 8.1.4

Aanvullend geldt het volgende:

  • Rookverbod binnen of in de nabijheid van het voertuig
  • De laadruimte moet voorzien zijn goedwerkende ventilatie

Als documenten moeten aanwezig zijn:

  • Een document waaruit blijkt dat het route-inzameling per chemokar betreft, met hierop aangegeven het beginpunt, eindpunt en de route van de route-inzameling
  • Een veiligheidsinstructie
  • De contactgegevens van de persoon bij de onderneming waartoe de chemokar behoort waarmee in geval van calamiteiten contact kan worden opgenomen
  • Het vakbekwaamheidscertificaat van de begeleider(s)

Het ingezamelde afval moet worden opgeslagen en vervoerd in elementen (buitenverpakkingen) die van gelijkwaardige kwaliteit zijn als die voor de betreffende stoffen voorgeschreven zijn in het VLG. In één verpakking mogen geen stoffen gezamenlijk worden opgeslagen en vervoerd als deze met elkaar kunnen reageren. De verpakkingen moeten goed zichtbaar zijn geëtiketteerd met het transportetiket van de juiste klasse en de verzamelnaam van de stoffen in de verpakking. De verpakkingen moeten op een zodanige wijze zijn gestuwd dat verschuiving tijdens het vervoer niet mogelijk is.

Onze ledenadviseur Marjolein
Contact

Vragen over gevaarlijke stoffen?

Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder