IMDG Vervoerdocument

De afzender van de goederen moet het vervoerdocument opstellen

In de praktijk wordt dit, in opdracht van de afzender, ook wel gedaan door een logistieke dienstverlener. De afzender blijft echter verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de gegevens.
Hoofdstuk 5.4 van de IMDG Code bevat bepalingen over wat er in het vervoerdocument moet staan.

De lay out van het vervoerdocument is vrij, maar aangeraden wordt het internationaal geaccepteerde multimodal dangerous goods form te gebruiken.

Voor elke gevaarlijke stof moet in vak 14 van de multimodal dangerous goods form in onderstaande volgorde de stofomschrijving worden gegeven:

  1. UN-nummer, voorafgegaan door de letters ‘UN’;
  2. IMDG-transportnaam (proper shipping name), aangevuld met de technische benaming als dit volgens een bijzondere bepaling bijvoorbeeld 274) is voorgeschreven;
  3. gevarenklasse en indien de stof een bijkomend gevaar heeft, het nummer van dit gevaarsetiket tussen haakjes achter de gevarenklasse;
  4. verpakkingsgroep (indien van toepassing);
  5. EmS (emergency schedule) codes voor brand (F) en lekkage (S).

Aanvullende informatie is onder andere vereist bij:

  • brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 60°C;
  • milieugevaarlijke stoffen;
  • kleinverpakkingen (limited quantities);
  • stoffen en voorwerpen van klasse 1;
  • infectueuze stoffen van klasse 6.2;
  • radioactieve stoffen van klasse 7;
  • afvalstoffen;
  • gegaste containers.

Voorbeelden van een juiste IMDG stofomschrijving:

  • Voor een niet brandbaar, oxiderend gas: UN 1070 Nitrous oxide, 2.2 (5.1), EmS F-C, S-W
  • Voor een stof van klasse 6.1 met verpakkingsgroep I en brandbaar als bijkomend gevaar: UN 1098, Allyl alcohol, 6.1 (3), I (21°C c.c.), EmS F-E, S-D
  • Voor een brandbare vloeistof met verpakkingsgroep II die is opgenomen in een ‘n.o.s.-positie’ en schadelijk is voor het zeemilieu: UN 1993 Flammable liquid n.o.s. (propylacetaat, di-n-butylin-di-2-ethylhexanoaat), 3, III (50 °C c.c.), marine pollutant

Verder moet voor elke stof met een ander UN-nummer of verpakkingsgroep worden vermeld:

  • het aantal en een omschrijving van de verpakkingen;
  • de hoeveelheid in volume, bruto- of nettomassa.

Shipper's declaration

Het multimodal dangerous goods form bevat in vak 22 de shipper’s declaration (afzendersverklaring), die door de afzender of in opdracht van hem gedateerd en ondertekend moet worden. De afzender is verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie.

Container/vehicle packing certificate

Degene die verantwoordelijk is voor de belading van een laadeenheid moet in vak 20 het container/vehicle packing certificate ondertekenen en dateren. Hierdoor wordt onder andere verklaard:

  • dat de laadeenheid schoon, droog en ogenschijnlijk geschikt is om de goederen te vervoeren;
  • colli uitwendig zijn geïnspecteerd op schade, lekkage of stofdichtheid en alleen gave colli zijn geladen;
  • de laadeenheid en de colli daarin op deugdelijke wijze zijn gekenmerkt en geëtiketteerd;
  • vaten rechtop zijn gestuwd;
  • colli op deugdelijke wijze op of in de laadeenheid zijn gestuwd en vastgezet.

Voor een niet brandbaar, oxiderend gas:

UN 1070 Nitrous oxide, 2.2 (5.1), EmS F-C, S-W

Voor een stof van klasse 6.1 met verpakkingsgroep I en brandbaar als bijkomend gevaar:

UN 1098, Allyl alcohol, 6.1 (3), I (21°C c.c.), EmS F-E, S-D

Voor een brandbare vloeistof met verpakkingsgroep II die is opgenomen in een ‘n.o.s.-positie’ en schadelijk is voor het zeemilieu:

UN 1993 Flammable liquid n.o.s. (propylacetaat, di-n-butylin-di-2-ethylhexanoaat), 3, III (50 °C c.c.), marine pollutant

    Onze ledenadviseur Marjolein
    Contact

    Vragen over gevaarlijke stoffen?

    Marjolein en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder