Betalingsverkeer/financiëring

Bedrijven die op de buitenlandse markt opereren, hebben te maken met internationale betalingen.

Deze betalingen verschillen in een aantal opzichten van binnenlandse betalingen. Exportbedrijven krijgen te maken met betalingen in vreemde valuta's met koersrisico's, met langere wachttijden voor de ontvangst van de betalingen en met betalingen van afnemers die de bedrijven soms niet goed kennen. Een internationale betaling vindt bijna nooit contant plaats.

Alvorens in te gaan op de vele mogelijkheden, waarop de wijze van betaling van te exporteren of geëxporteerde goederen kan worden overeengekomen, is er altijd sprake van een compromis. Een compromis omdat de exporteur zoveel mogelijk zekerheid tracht te verkrijgen om de verkoopprijs betaald te krijgen en de importeur zekerheid wenst over juiste en tijdige levering.

De betalingsvoorwaarden gaan een steeds belangrijker onderdeel uitmaken in de concurrentieslag op de exportmarkten. Indien de exporteur zijn positie op de exportmarkt wil handhaven of verbeteren, dan zal hij veelal zijn offerte dienen te complementeren met een financieringsaanbod. De volgende drie betalingswijzen komen het meest voor:

Bij open avvount (achteraf) is er de minste zekerheid van betaling, bij open account (vooraf) en bij het Letter of Credit (L/C) de meeste. Welke van de bovenstaande methoden gekozen wordt, is dan ook afhankelijk van de mate van vertrouwen tussen exporteur en importeur. Daarnaast zijn de volgende factoren van invloed:

  1. gebruiken in de branche;
  2. het land van levering;
  3. de kredietwaardigheid van de klant;
  4. de kredietwaardigheid van het land;
  5. de kredietwaardigheid van de bank die het documentair krediet opent.

Om de export te stimuleren biedt de Nederlandse overheid oa. de volgende faciliteiten aan internationaal opererende bedrijven: