Geen bijtelling

Het gebruik van een bestelauto wordt niet forfaitair belast als:

  • het privégebruik beperkt blijft tot niet meer dan 500 km per kalenderjaar (bij het verbod op privégebruik en de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik geldt die 500 km niet)
  • gereden wordt met bijzondere voertuigen
  • gereden wordt met (sommige) serviceauto's
  • gereden wordt met voertuigen met een CO2-uitstoot van 50 gr/km of minder
  • sprake is van privégebruik tijdens een wachtdienst.

Verder is het mogelijk om het privégebruik af te kopen van werknemers die rijden op bestelauto's die afwisselend door meer werknemers worden gebruikt.

Maximaal 500 km per jaar

Er is geen bijtelling als met de personen- of bestelauto niet meer dan 500 km per kalenderjaar privé wordt gereden. Dit moet je wel kunnen bewijzen aan de hand van een rittenregistratie of op een andere wijze. Sinds 2009 is een vereenvoudigde rittenregistratie mogelijk. Voor de bestelauto die door werknemers wordt gebruikt is een rittenregistratie soms niet nodig. Het woon-werkverkeer wordt niet aangemerkt als privégebruik; het woon-werkverkeer om thuis te lunchen mogelijk wel.

Bijzondere voertuigen

De belastingdienst neemt aan dat personen- of bestelauto's die zijn ingericht en worden gebruikt

  • door politie en brandweer
  • voor vervoer van zieken of gewonden (ook dieren) en stoffelijke overschotten
  • voor vervoer van gevangenen
  • voor geldtransport

niet of minder dan 500 km per jaar privé worden gebruikt. Deze vrijstelling geldt uitsluitend als de auto's voldoen aan de normen voor vrijstelling of teruggaaf van de bpm.

Serviceauto's

De forfaitaire bijtelling wordt niet toegepast bij gebruik van een bestelauto die door zijn aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. Uit de officiële toelichting blijkt dat het gaat om 'sommige serviceauto's waarin naast de bestuurder uitsluitend plaats is voor gereedschappen en reserveonderdelen. Een bestelauto met twee voorstoelen of een voorbank voldoet dus niet aan deze eis'.


In zijn vonnis van 29 mei 2009 besliste de Hoge Raad echter dat de aanwezigheid van de bijrijderzitplaats niet bepalend is. Uitsluitend de feitelijke inrichting van de laadruimte is van doorslaggevende aard. Deze vrijstelling geldt uitsluitend als de bestelauto voldoet aan de fiscale inrichtingseisen. Je hebt voor deze bestelauto wel bijtelling als je er toch privé mee rijdt. De bijtelling wordt in dat geval berekend door het aantal privé gereden kilometers te vermenigvuldigen met de werkelijke kilometerprijs voor deze bestelauto. Voor deze bestelauto's is een rittenregistratie niet verplicht.

Voertuigen zonder CO2-uitstoot

Tot 1 januari 2016 wordt het bijtellingpercentage voor personen- en bestelauto’s met een zeer lage CO2-uitstoot (50 gr/km of minder) verminderd met 25 procent. Dit betekent dat voor deze voertuigen geen bijtelling plaatsvindt.

Wachtdienstregeling

Ritten die gemaakt worden tijdens een wachtdienst worden als zakelijk aangemerkt. Dat geldt ook voor privé- ritten, onder de volgende voorwaarden:

  • de werknemer heeft geen invloed op de keuze van de aangeschafte auto
  • de werknemer beschikt zelf over een auto die voor privé-gebruik evenzeer of zelfs meer geschikt is dan de auto van de zaak
  • de werknemer moet tijdens de wachtdienst binnen een redelijke afstand van zijn woonplaats blijven
  • de werknemer moet het aantal tijdens de wachtdienst gereden kilometers en het aantal en plaatsen van de werkzaamheden waarvoor hij is opgeroepen, bijhouden.

Afkoop privégebruik bestelauto

Er zijn bestelauto's die door de aard van de werkzaamheden doorlopend afwisselend gebruikt worden door twee of meer werknemers. Hierdoor is het moeilijk vast te stellen of en zo ja wie er privé mee heeft gereden. In principe moeten ook voor deze bestelauto's de gewone regels voor de bijtelling worden toegepast. Administratief is dat erg omslachtig.
In dat geval kan de werkgever er voor kiezen om de eindheffing toe te passen voor het privégebruik. De eindheffing is € 300 per kalenderjaar per werknemer per bestelauto. Bij een loontijdvak van een maand moet je in elke aangifte loonheffing € 25 per bestelauto per werknemer aangeven.

Deze afkoopmogelijkheid kan niet worden gebruikt als de werknemers de bestelauto langere perioden achter elkaar gebruiken, bijvoorbeeld gedurende het eerste week de eerste werknemer en het volgende week een andere werknemer. Deze regeling geldt uitsluitend als de bestelauto voldoet aan de fiscale inrichtingseisen.

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder