Bestemmingsplan

Gemeentelijk instrument voor het ruimtelijk beleid

Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument van de gemeente om het ruimtelijk beleid te bepalen. In een bestemmingsplan worden de gebruiksmogelijkheden van gemeentelijk gebied (grond en bouwwerken) vastgelegd.

Een bestemmingsplan bestaat uit:

  • een bestemmingsplankaart waarop het huidige en toekomstige gebruik van gebouwen en terreinen binnen een bepaald gebied (een deel van een gemeente) staat weergegeven;
  • voorschriften waarin de bestemmingen worden omschreven;
  • regels over het gebruik van de grond in combinatie met de doeleinden. 

Een bestemmingsplan komt in drie fases tot stand:

  • In fase 1 vindt onderzoek en overleg plaats, waarbij geen termijnen gelden. 
  • In fase 2 stelt de gemeenteraad het plan vast, waarbij het ontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Iedereen kan zijn zienswijze (bezwaar) binnen 6 weken aan de gemeenteraad voorleggen. De gemeenteraad kan daarna naar aanleiding van eventuele gegronde bezwaren het plan in een gewijzigde vorm vaststellen. 
  • In fase 3 (na vaststelling van het bestemmingsplan) kunnen belanghebbenden tegen het besluit van vaststelling in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 

Structuurvisie

De gemeenteraad is verplicht om een structuurvisie vast te stellen. Een structuurvisie beschrijft het door een gemeente te volgen beleid voor een goede ruimtelijk ordening van het gemeentelijke grondgebied. Een structuurvisie is niet direct van toepassing op burgers. 

Projectbesluit / ontheffingen

Een projectbesluit kan (delen van) een bestemmingsplan opzij zetten. Een gemeente kan een projectbesluit nemen als bepaalde ontwikkelingen niet binnen het bestemmingsplan passen. Met behulp van binnenplanse- en buitenplanse ontheffingen kan de gemeente ontheffing verlenen aan bepaalde voorschriften van het bestemmingsplan.

Planschade

Bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten kunnen schade veroorzaken. Gedupeerden kunnen recht hebben op schadevergoeding, zogenoemde planschade. Een verzoek om planschade kan binnen 5 jaar vanaf het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is vastgesteld worden ingediend. Hierbij dient de aanvrager een ‘recht’ te betalen van € 300. Wanneer het verzoek geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard, ontvangt de aanvrager dit bedrag terug. 

Het verzoek om planschade kan alleen gaan om vermogens- of inkomensschade. Daarbij moet rekening worden gehouden dat niet de volledige schade wordt vergoed. Bijvoorbeeld als een gedeelte van de schade kan worden aangemerkt als ‘maatschappelijk risico’. Ook vergelijkt de gemeente het nieuwe met het oude bestemmingsplan, om na te gaan in hoeverre de belanghebbende door het nieuwe plan in een nadeligere positie terecht is gekomen.

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder