ZZP (zelfstandige zonder personeel)

Een zelfstandige zonder personeel verricht vaak werkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht

Zzp is de afkorting voor ‘zelfstandige zonder personeel’. Een zzp’er werkt als zelfstandig ondernemer vaak voor verschillende opdrachtgevers. De zelfstandige verricht zijn werkzaamheden niet op basis van een arbeidsovereenkomst, maar op basis van een overeenkomst van opdracht.

 Een zzp’er heeft aan de ene kant meer vrijheid bij de uitvoering van de opdracht en kan zelf bepalen of hij een opdracht wel of niet aanneemt en voor welke opdrachtgever hij werkt. Aan de andere kant heeft de zzp’er geen ontslagbescherming en geen vangnet bij arbeidsongeschiktheid, tenzij de zzp’er zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten. 

Schijnzelfstandigheid

In de relatie tussen een zzp’er en een opdrachtgever kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Schijnzelfstandigheid houdt in dat iemand als zzp'er werkt bij een opdrachtgever, terwijl feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ook als de zzp'er en de opdrachtgever een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst zijn overeengekomen, kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid.  De feitelijke uitvoering van de opdracht door de zzp’er is daarbij doorslaggevend. De bedoelde arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en de zzp’er telt mee bij de vaststelling van de inhoud van de afspraken, maar niet bij de afweging of deze afspraken leiden tot een arbeidsovereenkomst.


Wet DBA – modelovereenkomsten

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) heeft tot doel schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Op grond van deze wet zijn zzp’ers en opdrachtgevers samen verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. Zij moeten zelf nagaan of de werkzaamheden buiten dienstbetrekking kunnen worden verricht. Als dat zo is, dan kunnen vervolgens de afspraken in een modelovereenkomst worden vastgelegd. Dit is echter niet verplicht. Je vindt deze modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst

Als sprake is van schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst alsnog loonbelasting/premies vorderen. Ook kan een zzp’er in dat geval doorbetaling van loon bij ziekte of aansluiting bij een pensioenfonds bij de werkgever vorderen.
In de praktijk is het voor veel opdrachtgevers lastig om in te schatten hoe de Belastingdienst de arbeidsverhouding tussen de opdrachtgever en de zzp’er zal beoordelen. De regering is van plan om de Wet DBA te vervangen door nieuwe wet- en regelgeving, maar dat is ondanks meerdere voorstellen nog niet gelukt.

Kwalificatie van de arbeidsverhouding

Om te bepalen of sprake is van zelfstandigheid of van een arbeidsovereenkomst, zijn er drie elementen van belang. Indien al deze elementen aanwezig zijn, kan de Belastingdienst aannemen dat er sprake is van een schijnzelfstandige. 

  1. De zzp’er is verplicht de arbeid persoonlijk te verrichten.
  2. De opdrachtgever is verplicht loon te betalen.
  3. Er is sprake van een gezagsverhouding tussen de opdrachtgever en de zzp’er.  

De omstandigheid dat partijen in de overeenkomst opnemen dat zij niet de bedoeling hebben een arbeidsovereenkomst te sluiten speelt geen rol bij de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst.

Gezagscriterium nader uitgewerkt

Minister Koolmees van SZW heeft een lijst met indicaties en contra-indicaties voor de aanwezigheid van ‘gezag’ opgesteld, inclusief voorbeelden. Het idee is dat met deze verduidelijking van het ‘gezagscriterium’ opdrachtgevers en opdrachtnemers meer handvatten hebben om zelf te beoordelen of sprake is van een gezagsverhouding. Deze uitleg staat als bijlage in het Handboek loonheffingen

Aanwijzingen voor het bestaan van een gezagsverhouding zijn bijvoorbeeld:

  • De werkende werkte vóór de opdracht in dienstbetrekking bij dezelfde opdrachtgever.
  • De werkzaamheden worden ook verricht door mensen in dienstbetrekking.
  • De arbeidsvoorwaarden en afspraken zijn vergelijkbaar met die voor personeel in dienstbetrekking.
  • De werkzaamheden bestaan in het opvangen van drukte bij piekmomenten in het werk of door het opvangen van ziekte van ander personeel.
  • De werkende is niet vrij om de locatie te bepalen waar hij de werkzaamheden uitvoert.
  • De werkende is niet vrij om de werktijden te bepalen.
  • De werkzaamheden zijn een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de werkgever (bijvoorbeeld een chauffeur bij een transportbedrijf).
  • De werkende is verplicht om werkkleding, bedrijfskleding, een uniform van de opdrachtgever te dragen met daarop een bedrijfslogo van de opdrachtgever.
  • De werkende krijgt functioneringsgesprekken met de opdrachtgever en/of moet (verplicht) bedrijfstrainingen of bijscholingscursussen volgen.

Pilot webmodule Beoordeling arbeidsrelatie

Begin 2021 is een pilot van de webmodule Beoordeling arbeidsrelatie van start gegaan, waarmee je als opdrachtgever vooraf duidelijker kunt krijgen of de werkzaamheden buiten dienstbetrekking verricht kunnen worden. Door middel van deze online vragenlijst kun je als opdrachtgever nagaan of de werkzaamheden daadwerkelijk buiten dienstverband verricht kunnen worden of dat een arbeidsovereenkomst aangeboden moet worden. Via deze link kom je bij de tool.
 
De uitkomst van de webmodule is nu nog een indicatie, en dus geen juridische beslissing. Opdrachtgevers kunnen daarom nog geen rechten ontlenen aan de uitkomst. 

Controle Belastingdienst

Tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet- en regelgeving controleert de Belastingdienst de naleving van de Wet DBA bij opdrachtgevers in beperkte mate. De Belastingdienst kan alleen handhaven bij kwaadwillenden als de volgende drie criteria bewezen kunnen worden:

  1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
  2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst kan daarnaast ook een aanwijzing geven aan een opdrachtgever, als geconstateerd wordt dat de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de huidige loonheffingen niet in overeenstemming is met de huidige wetgeving. Als de opdrachtgever vervolgens de aanwijzingen van de Belastingdienst niet opvolgt binnen een redelijke termijn (meestal drie maanden), dan kan de Belastingdienst ook handhaven. 

Na afloop van de pilot webmodule zal het kabinet beslissen wanneer en op welke wijze de handhaving zal worden opgestart. Op de website van de Belastingdienst staat meer informatie over handhaving.

Laatst bijgewerkt op: 24 augustus 2021
 

Onze bedrijfsjurist Peter
Contact

Advies nodig of vragen?

Peter en de andere bedrijfsjuristen helpen je graag verder