Algemene ladingvoorschriften

Bij het vervoer van lading moet je er altijd voor zorgen dat

  • de lading zo is gezekerd, dat ze onder normale omstandigheden niet van het voertuig kan vallen
  • losse lading is afgedekt, als het risico bestaat dat ze van het voertuig valt
  • het voertuig niet te zwaar beladen is; de toegestane maximum aslast, maximumlast onder de koppeling, of de maximumlast van het voertuig of combinatie mag niet wordt overschreden
  • de lading de bestuurder niet hindert bij het besturen van het voertuig
  • de lading het uitzicht van de bestuurder niet belemmert
  • de lading geen scherpe uitstekende delen heeft
  • de lading is geladen tot maximaal 4 meter boven het wegdek
  • de toegestane afmetingen niet worden overschreden

Zicht op verlichting

De lastdrager, lading of container mag het zicht op verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers of de kentekenplaat niet belemmeren. Deze eis geldt niet als op de achterzijde van de lastdrager of de uitstekende lading, op gelijke wijze als op het voertuig, verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en de (witte) kentekenplaat zijn aangebracht.

Scherpe lading

De lading mag geen scherpe delen hebben, die bij botsing gevaar voor letsel kunnen opleveren. Deze lading moet zo zijn afgeschermd dat ze geen gevaar meer oplevert. Deze eis geldt niet voor lading die zich hoger dan 2 meter boven het wegdek bevindt. Volgens de Hoge Raad is lading scherp, als ze hoekig, niet vloeiend is. Metalen buizen met een doorsnede van 13 mm beoordeelde de Raad als scherp. Het voeren van een markering (rode lap) is niet nodig.

Onze ledenadviseur Martijn
Contact

Vragen over vervoer?

Martijn en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder