Spoorvervoer soorten

Er kunnen drie hoofdsoorten spoorvervoer worden onderscheiden. Zo zijn er bloktreinen, shuttletreinen of gecombineerd en losse wagenladingvervoer.

Veel vervoer per spoor is haven gerelateerd (maritiem transport). Een klein deel is afkomstig uit Nederland zelf en heeft bestemmingen elders in Europa en vice versa (zgn. continentaal transport).

Er kunnen drie hoofdsoorten spoorvervoer worden onderscheiden:

1. Bloktreinen

De initiatiefnemer formeert zelf een complete trein (en regelt daarbij de tractie). Bloktreinen worden vooral ingezet bij het vervoer van steenkool, staal en bouwmaterialen en rijden overwegend rechtstreeks van de verlader naar de ontvanger. Door het ontbreken van overslag- en rangeeractiviteiten is dit vervoer snel.

2. Shuttletreinen of gecombineerd

Vooral containervervoer en beladen opleggers naar vaste bestemmingen volgens een vaste frequentie.

3. Losse wagenladingvervoer

Verladers en expediteurs laden zelf een of meer wagons, waarna deze door een vervoerder gecombineerd worden tot complete treinen naar diverse bestemmingen. De lading bestaat meestal uit chemicaliën, papier(pulp) en producten van de auto-industrie.

Losse wagenladingvervoer meest gebruikt

Losse wagenladingvervoer heeft een aandeel van ca. 50% en de meeste verladers maken hiervan gebruik. De meeste hebben immers slechts lading voor een of enkele wagons. Vanwege de ingewikkelde organisatie is dit vervoer ook het duurste en doorgaans het langzaamste:

  • De verlader belaadt een of meer wagons.
  • De vervoerder haalt deze op en brengt ze naar Kijfhoek.
  • Op Kijfhoek worden de wagons van verschillende verladers herverdeeld over treinen naar verschillende bestemmingen.
  • De treinen rijden passeren meestal meerdere landsgrenzen waarbij nog vaak van tractie moet worden gewisseld.
  • De trein wordt op de plaats van bestemmingen uit elkaar gehaald.
  • De wagons worden naar hun uiteindelijke bestemmingsadres gereden waarna ze kunnen worden gelost.

Problematiek rondom losse wagenladingvervoer

Voor verladers is wagenladingvervoer lastig en duur, maar vaak is er geen andere (goedkopere) keuze. Voor vervoerders is dit vervoer vaak commercieel niet interessant of zelfs verliesgevend, zodat verbeteringen niet snel zijn te verwachten. De Europese Commissie verdiept zich in deze problematiek; het is immers duidelijk dat zonder verbetering verladers niet nog meer zullen kiezen voor het spoorvervoer, zoals de Europese Comissie graag ziet.

Veel vervoer per spoor is haven gerelateerd (maritiem transport). Een klein deel is afkomstig uit Nederland zelf en heeft bestemmingen elders in Europa en vice versa (zgn. continentaal transport).

Er kunnen drie hoofdsoorten spoorvervoer worden onderscheiden:

1. Bloktreinen

De initiatiefnemer formeert zelf een complete trein (en regelt daarbij de tractie). Bloktreinen worden vooral ingezet bij het vervoer van steenkool, staal en bouwmaterialen en rijden overwegend rechtstreeks van de verlader naar de ontvanger. Door het ontbreken van overslag- en rangeeractiviteiten is dit vervoer snel.

2. Shuttletreinen of gecombineerd

Vooral containervervoer en beladen opleggers naar vaste bestemmingen volgens een vaste frequentie.

3. Losse wagenladingvervoer

Verladers en expediteurs laden zelf een of meer wagons, waarna deze door een vervoerder gecombineerd worden tot complete treinen naar diverse bestemmingen. De lading bestaat meestal uit chemicaliën, papier(pulp) en producten van de auto-industrie.

Losse wagenladingvervoer meest gebruikt

Losse wagenladingvervoer heeft een aandeel van ca. 50% en de meeste verladers maken hiervan gebruik. De meeste hebben immers slechts lading voor een of enkele wagons. Vanwege de ingewikkelde organisatie is dit vervoer ook het duurste en doorgaans het langzaamste:

  • De verlader belaadt een of meer wagons.
  • De vervoerder haalt deze op en brengt ze naar Kijfhoek.
  • Op Kijfhoek worden de wagons van verschillende verladers herverdeeld over treinen naar verschillende bestemmingen.
  • De treinen rijden passeren meestal meerdere landsgrenzen waarbij nog vaak van tractie moet worden gewisseld.
  • De trein wordt op de plaats van bestemmingen uit elkaar gehaald.
  • De wagons worden naar hun uiteindelijke bestemmingsadres gereden waarna ze kunnen worden gelost.

Problematiek rondom losse wagenladingvervoer

Voor verladers is wagenladingvervoer lastig en duur, maar vaak is er geen andere (goedkopere) keuze. Voor vervoerders is dit vervoer vaak commercieel niet interessant of zelfs verliesgevend, zodat verbeteringen niet snel zijn te verwachten. De Europese Commissie verdiept zich in deze problematiek; het is immers duidelijk dat zonder verbetering verladers niet nog meer zullen kiezen voor het spoorvervoer, zoals de Europese Comissie graag ziet.

Onze ledenadviseur Martijn
Contact

Vragen over vervoer?

Martijn en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder