Weegplicht zeecontainers

In Nederland wordt daarentegen één methode voor berekening van het VGM in de wet vastgelegd.

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO), onderdeel van de Verenigde Naties, besloot in 2014 een wereldwijde weegverplichting van containers in te stellen. Concreet betekent dit dat verladers vanaf 1 juli 2016 het geverifieerde brutogewicht van de beladen container moeten doorgeven aan reders. De IMO heeft de precieze invulling van de richtlijn grotendeels overgelaten aan de lidstaten van de Verenigde Naties en aan de markt.

Wegen of berekenen

Het VGM van de container mag worden bepaald door weging met gecertificeerde en gekalibreerde apparatuur óf door middel van berekening. In veel staten mag het VGM alleen worden berekend door bedrijven die beschikken over een voorgeschreven certificaat, zoals een ISO certificaat of AEO vergunning. In Nederland wordt daarentegen één methode voor berekening van het VGM in de wet vastgelegd. Deze methode zal voor een ieder worden opengesteld. De vraag of wel of niet een certificaat wordt vereist en zo ja welke, dient te worden beantwoord aan de hand van de regels van het land waarin de container wordt beladen en verzegeld. Dat geldt ook voor de eisten ten aanzien van certificering en kalibratie van de weegapparatuur die wordt gebruikt bij het vaststellen van het VGM.

Marge

Niet elke container heeft hetzelfde gewicht. Die afwijking loopt op tot wel vijf procent, blijkt uit metingen. evofenedex heeft daarom bedongen dat er een marge wordt gehanteerd, waarin die afwijking wordt opgevangen. Overeengekomen is dat de toegestane afwijking tussen het opgegeven en het werkelijke gewicht van een container vijf procent mag bedragen, met een maximum van vijfhonderd kilogram. Containers die een grotere afwijking hebben of waarvan het geverifieerde brutogewicht niet aan de rederij is verstrekt, worden niet aan boord van het schip geladen.

Verschillen per land

Doordat de IMO de exacte invulling van de regels aan de afzonderlijke lidstaten heeft overgelaten, verschillen rekenmethode en toegestane marges per land. De regels van het land waar de container verzegeld is, zijn leidend.


Om te voorkomen dat de goederen aan boord van een schip aangetast raken door insecten en ander ongedierte, is de lading vaak in het exporterende land of aan boord van het schip gegast.

De meest gebruikte gassen zijn methylbromide, fosforwaterstofzuur (fosfine), sulfurylfluoride, ammoniak, blauwzuur, kooldioxide, koolmonoxide en formaldehyde. Deze gassen zijn per definitie giftig en vormen daardoor een bedreiging voor de gezondheid en veiligheid van mens en milieu.

De bedoeling van het gassen is dat het toegepaste gas kortstondig actief blijft, zodat restanten verdwenen zijn voordat de lading wordt gelost en verwerkt. In de praktijk blijkt echter dat te hoge concentraties geregeld voorkomen, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan tijdens inspecties, lossen of verwerken van de vracht. Het speciale etiket ‘fumigated unit’ op de deuren van de container waarop de datum staat van het gassen en het gebruikte gas ontbreekt in de meeste gevallen.

Zo’n zeventig procent van de gassingen is bovendien overbodig, maar gebeurt vaak 'preventief'. Gas wordt onder meer aangetroffen in ladingen computers, meubelen, cosmetica, chemicaliën, bont, potten, aardewerk en kleding. In sommige gevallen is gebleken dat deze lading niet of nauwelijks meer gasvrij is te krijgen. Ook aanwezige gasvrijverklaringen blijken weinig waarde te hebben. In landen als China en Taiwan worden ze zelfs standaard bij verscheping afgegeven.

De Arbeidsinspectie ziet graag dat álle containers worden gecontroleerd op gassen. In de Arbowet staat dat een werkgever verplicht is te onderzoeken of er gevaar bestaat voor verstikking, brand, vergiftiging, bedwelming of explosie voordat een werknemer een gesloten ruimte betreedt. Elke container controleren is onwerkbaar, maar de ontvanger mag als alternatief een onderzoeksrapport met risicoprofiel opstellen. Hierin zijn alle factoren meegenomen om te bepalen hoe groot het risico is dat een container gevaar oplevert.

Bedrijven die overzeese containers lossen zijn ook wettelijk verplicht om een aanvullende risico-inventarisatie (ARIE) uit te (laten) voeren. Ook moeten zij bedrijfsprocedures en –protocollen opstellen en het personeel voorlichten en instrueren.

Blijkt een container inderdaad onder gas te staan, getuige een waarschuwingsetiket, afgeplakte roosters en naden, of uitslagen van metingen met apparatuur, dan moet de container op een veilige manier worden ontgast. Dat kan door een gespecialiseerd bedrijf gebeuren of door een eigen daartoe opgeleide gasmeetdeskundige op het bedrijf zelf.

Bedrijven die het zelf doen, moeten de ruimte rond de container afzetten zodat niemand binnen een straal van minimaal twintig meter in de buurt kan komen. Ook moeten er waarschuwingsborden staan. Gasmetingen mogen alleen worden uitgevoerd door een gasmeetdeskundige. Metingen moeten steekproefsgewijs worden uitgevoerd en tijdens het lossen worden herhalingsmetingen gedaan. De container is gasvrij als het gemeten percentage lager is dan de vastgestelde MAC-waarde van het gebruikte gas.

Een groot probleem zijn uitgewerkte fosfinetabletten. Deze zien eruit als as, maar zijn zeer brandbaar en explosief als ze in contact komen met water. Dit gevaarlijk afval moet in speciale explosieveilige verpakkingen worden afgevoerd door de AVR.

Vaak zijn goederen direct na productie in de containers geladen en verscheept. Tijdens het vervoer kunnen dan chemische processen plaatsvinden, zoals gassen die vrijkomen uit de producten zelf. Te denken valt aan oplosmiddelen uit kunststof verpakkingen, formaldehyde uit hout of koolmonoxide uit nat, rot karton. Onbekende risico’s dus, waarmee je wel rekening moet houden.

Op de website van BGZ Wegvervoer staat informatie over het opstellen van een onderzoeksrapport, een voorbeeldprocedure en een voorbeeldprotocol.

Er bestaat internationale regelgeving (International Standard for Phytosanitary Measures - ISPM 15) voor het gassen van verpakkings- en stuwhout. Hiervoor wordt methylbromide gebruikt of een speciale milieuvriendelijke warmtebehandeling toegepast.

evofenedex heeft uitgebreide informatie over de import en export van verpakkings- en stuwhout.

Onze ledenadviseur Martijn
Contact

Vragen over vervoer?

Martijn en de andere ledenadviseurs helpen je graag verder