Beschikbaarheid bunkerbrandstof wordt steeds onzekerder
Leestijd: 1 minuut
Sluiting Hormuz verstoort leveringen
04-05-2026 De aanhoudende sluiting van de Straat van Hormuz raakt de beschikbaarheid van bunkerbrandstof voor schepen. Vooral havens in Azië zijn sterk afhankelijk van leveringen uit de Perzische Golf. Schepen wijken daardoor uit naar andere havens om te bunkeren.
De zeestraat is inmiddels negen weken effectief gesloten. Dat zorgt voor verstoringen in de aanvoer van bunkerolie. Havens in Azië voelen dit het sterkst, omdat zij voor een groot deel afhankelijk zijn van deze route.
Druk op voorraden
Singapore is de belangrijkste bunkerhaven ter wereld en goed voor gemiddeld een vijfde van de wereldwijde afzet van scheepsbrandstoffen. Daarmee ligt het ruim voor op nummer twee, Rotterdam. Voor de oorlog importeerde Singapore meer dan 50 procent van zijn bunkerbrandstoffen via de Straat van Hormuz.
Andere havens kampen met grotere problemen door lagere voorraden. Dat geldt vooral voor havens in Japan en Zuid-Korea en voor Chinese havens zoals Zhoushan en Tianjin. Rederijen laten schepen daarom vaker doorvaren naar Singapore om daar te bunkeren. In maart lag de afname daar bijna zeven procent hoger dan in maart 2025. Die extra vraag zet de voorraden onder druk, terwijl de levertijden oplopen. Leveringen duren inmiddels gemiddeld enkele dagen langer en in sommige gevallen tot een kwart meer tijd.
Prijsstijging verwacht
De prijzen op de spotmarkt voor bunkerolie zijn na een piek begin maart relatief stabiel. Tegelijkertijd verwachten marktpartijen dat de prijzen de komende weken weer stijgen. Dat hangt samen met de lage olieprijzen, die volgens hen niet houdbaar zijn. Intussen nemen de prijsverschillen (‘spread’) tussen brandstoftypen en havens verder toe.
VLSFO (lagezwavelbrandstof) kost gemiddeld 780 dollar per ton in Rotterdam, tegenover 1480 dollar per ton in Durban (Zuid-Afrika), waar tekorten ontstaan. Ook de zogenoemde ‘scrubber spread’ loopt sinds half april weer op. Dat is het prijsverschil tussen VLSFO en IFO380 (HSFO), een zwaardere stookolie waarvoor schepen een scrubber nodig hebben. In Europese bunkerhubs Rotterdam en Gibraltar is dit verschil met 160 procent toegenomen, in het voordeel van de zwaardere stookolie.
De scrubber spread loopt sinds half april weer op. Dit is het prijsverschil tussen de brandstoffen VLSFO en IFO380 (HSFO).
In de praktijk leiden regionale tekorten niet direct tot grote problemen. Vooral in de containerlijnvaart, met meerdere havenaanlopen, kiezen rederijen tactisch waar bunkeren het meest voordelig is. Rederijen met een scrubber aan boord hebben daarbij een kostenvoordeel ten opzichte van partijen die lagezwavelbrandstof gebruiken. In de containerlijnvaart geldt dat onder meer voor MSC, Evergreen en HMM. Zij hebben daardoor lagere brandstofkosten dan bijvoorbeeld Hapag-Lloyd en CMA CGM, die meer inzetten op alternatieve brandstoffen.
Voor verladers is het belangrijk scherp te letten op kostenstijgingen via bunkertoeslagen. Die mogen niet dubbel doorwerken in indexaties of reguliere verhogingen van vrachttarieven.
Webinar 'Exporteren in crisistijd' - 18 mei
Aanvallen op scheepvaartroutes, schommelende energieprijzen en geopolitieke spanningen hebben directe gevolgen voor transportkosten, levertijden en beschikbaarheid van goederen. In dit webinar delen we vijf concrete strategieën om je internationale positie te versterken in deze onvoorspelbare tijden.
Vragen over internationale supplychains en zeecontainervervoer?
Neem contact op met Casper Roerade, beleidsadviseur mainports & internationale supply chains.
